Vragen en Antwoorden
Elke persoon die er een belang bij heeft, kan bij de vrederechter een verzoek indienen om iemand onder bewind te laten plaatsen.
De te beschermen persoon kan ook zelf een verzoek indienen. Daarom motiveer je de te beschermen persoon best om het zelf te doen en hem/haar daar eventueel bij te helpen.
Als die persoon dat weigert of als het dringend is, dan kan elke persoon die er een belang bij heeft het verzoek indienen, bijvoorbeeld:
- een familielid;
- een buur;
- iemand van gezinshulp;
- een (klein)kind;
- een hulpverlener;
- enzovoort.
Ook een organisatie (vennootschap of vzw) kan een verzoek indienen. Als een hulpverlener een verzoek wil indienen voor een cliënt, dan doet de hulpverlener de aanvraag namens de organisatie waarvoor hij/zij werkt. De organisatie moet wel zijn ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen (KBO).
De hulpverlener moet zich via het centraal register van bescherming van de personen aanmelden als werknemer van de organisatie.
Je moet het verzoek online indienen via de website van het Centraal Register van bescherming van de personen.
Op deze pagina vind je instructievideo's.
Als je zelf geen computer hebt of je niet zo vertrouwd bent met informatica, kan je naar de griffie van het vredegerecht gaan, ook van een vredegerecht dat niet bevoegd is. Je kan er gebruik maken van één van de computers voor het publiek. Het personeel van de griffie kan je ook helpen bij het indienen van de aanvraag.
Aan het verzoekschrift voeg je een uitgebreide geneeskundige verklaring toe die niet meer dan 15 dagen oud is.
Het is een medisch attest waarin een arts vaststelt dat een persoon niet meer in staat is beslissingen over zijn goederen en/of zijn persoon te nemen.
Er moet beschreven staan:
- wat de lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand is die de oorzaak is van de onbekwaamheid;
- en welke gevolgen de gezondheidstoestand heeft op de bekwaamheid om beslissingen te nemen.
De beschrijving moet nauwkeurig en volledig zijn.
De arts kan de geneeskundige verklaring opstellen na onderzoek van de patiënt, maar kan dat ook op basis van de gegevens uit het medisch dossier alleen.
Elke behandelende arts of specialist kan de omstandige geneeskundige verklaring opstellen, behalve:
- een arts die een bloed- of aanverwant is van de te beschermen persoon;
- een arts die verbonden is aan de instelling waar de te beschermen persoon zich bevindt. Als de te beschermen persoon in een woonzorgcentrum verblijft, mag de arts van het centrum de omstandige geneeskundige verklaring niet opstellen.
In de verklaring moet verder worden vermeld:
- of de persoon zich kan verplaatsen of niet. Als de te beschermen persoon zich niet kan verplaatsen, zal de vrederechter zelf naar de woonplaats gaan (opgelet: in dat geval worden de verplaatsingskosten aangerekend);
- of de persoon toekomstige verslagen van de bewindvoerder zal kunnen lezen en begrijpen. Is de te beschermen persoon daar niet toe in staat, dan zullen de verslagen hem niet worden bezorgd.
Sinds 1 september 2014 moet de arts verplicht gebruik maken van een standaardmodel van omstandige geneeskundige verklaring.
De omstandige geneeskundige verklaring is een noodzakelijk document in de procedure voor bewind. De verklaring moet in principe steeds aan het verzoek toegevoegd worden.
Opgelet! Dat is niet het geval bij verkwisting.
In uitzonderlijke gevallen kan een verzoek worden ingediend zonder geneeskundige verklaring als
- het dringend is, bijvoorbeeld de situatie waarin iemand een erfenis ontvangt en er omwille van de gezondheidstoestand van de persoon een ernstig risico bestaat dat het geld snel wordt opgemaakt;
- de arts weigert om een verklaring op te stellen, omdat hij vreest zo de noodzakelijke vertrouwensband met zijn patiënt te verliezen of omdat hij terughoudend is om gegevens te geven die onder het beroepsgeheim vallen;
Ter info: De Nationale Raad van de Orde der artsen heeft aangeraden aan de behandelende artsen om de verklaring in een gesloten omslag gericht aan de vrederechter af te geven. - het absoluut onmogelijk is om een medische verklaring voor te leggen: bijvoorbeeld als een persoon absoluut weigert onderzocht te worden en geen medisch dossier heeft.
Je moet in het verzoekschrift heel precies uitleggen waarom het onmogelijk was om een medische verklaring toe te voegen.
De vrederechter beslist of de reden die wordt aangehaald, wordt aanvaard. Als dat het geval is, kan hij zelf een medisch expert aanwijzen die advies moet uitbrengen over de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon.
De kosten van die medisch expert moeten worden voorgeschoten door de persoon die het verzoekschrift indient.
Je kan de griffie van het vredegerecht op voorhand verwittigen. Zo weten zij dat er een verzoekschrift komt zonder geneeskundige verklaring.
Het is een verklaring waarin je aanduidt wie je als bewindvoerder zou willen hebben als je zelf geen beslissingen over je persoon of je goederen kan nemen.
Je kan je verklaring van voorkeur afleggen bij een notaris of bij de vrederechter van de plaats waar je woont.
De verklaring moet daarna worden opgenomen in een centraal register. De registratie kost ongeveer 15 euro zonder BTW.
De verklaring van voorkeur is geen aanstelling van een bewindvoerder. Het geeft enkel je voorkeur weer.
Het is nog altijd vereist:
- dat iemand de aanstelling van een bewindvoerder aan de vrederechter vraagt en dat op dat moment alle voorwaarden vervuld zijn;
- dat de persoon die je hebt aangeduid de opdracht als bewindvoerder aanvaardt en dat hij/zij op dat moment zelf nog daartoe bekwaam is.
Als je je door je gezondheid niet kan verplaatsen, kan de vrederechter naar jou komen om je verklaring op te nemen. Opgelet: de verplaatsingskosten zal je moeten betalen.
De rechter moet de verklaring van voorkeur niet volgen. Hij kan een andere bewindvoerder aanstellen als hij vindt dat dat in jouw belang is.
Je kan je verklaring op elk moment veranderen of intrekken.
Je kan ook op voorhand een vertrouwenspersoon aanduiden in een verklaring van voorkeur.
Wanneer een vrederechter een bewindvoerder aanwijst, moet dat meteen gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.
Hetzelfde gebeurt met alle beslissingen waarin de opdracht van de bewindvoerder wordt gewijzigd of beëindigd.
Om na te gaan of iemand een bewindvoerder heeft:
- klik je hier;
- voer je in de rubriek “woord(en) van tekst” de naam van de persoon en het woord “bewindvoerder” in;
- klik je daarna op de knop “Opzoeking”..
Je krijgt een lijst van alle beslissingen van de vrederechter over die persoon. Je vindt de naam van de bewindvoerder terug en of het een bewindvoerder over de persoon en/of de goederen is. De beslissingen zijn gerangschikt in chronologische volgorde.
De beslissing tot plaatsing onder bewind wordt niet alleen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, maar ook meegedeeld aan de burgemeester.
De gegevens worden opgenomen in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Ook de naam, de voornaam en het adres van de bewindvoerder staan daarin.
Sommige personen hebben ook toegang tot het Centraal Register van Beschermde Personen (CBRP), bijvoorbeeld:
- bewindvoerders;
- de beschermde of te beschermen persoon;
- de erfgenamen van de beschermde of te beschermen persoon;
- de vertrouwenspersoon;
- de partijen in de procedure.
Die personen zijn meestal al op de hoogte van het bewind.
De griffie stelt over elke beschermde persoon een administratief dossier samen. Dat dossier bevat alle documenten die verband houden met de procedure.
Elke persoon die er belang bij heeft, kan het dossier raadplegen als die toestemming heeft van de vrederechter. De vrederechter bepaalt welke documenten mogen worden ingezien.
De vrederechter moet zijn uitdrukkelijke toestemming geven om het dossier te mogen fotokopiëren.
Dat hangt af van wat de vrederechter beslist heeft.
De vrederechter moet beslissen of je nog een schenking kan doen of een testament kan opstellen. Als de vrederechter vindt dat je niet meer in staat bent om een schenking te doen of een testament op te stellen, dan moet dat in de beslissing van de vrederechter staan.
Je kijkt best naar de beslissing van de vrederechter. Je vindt het daarin terug als:
-
het schenken onder levenden;
-
het aangaan van een door de wet toegelaten erfovereenkomst;
-
het maken van een uiterste wilsbeschikking.
Als je onbekwaam bent verklaard om een schenking te doen of een testament op te stellen, mag de bewindvoerder dat niet in je plaats doen.
Als je toch een schenking wil doen of een testament wil opstellen, dan moet je aan de vrederechter toestemming vragen. Aan het verzoek om toestemming moet een medisch attest worden toegevoegd.
De vrederechter kan aan zijn toestemming specifieke voorwaarden verbinden. Bij schenkingen moet de vrederechter nagaan of de schenking geen financieel risico inhoudt.
Opgelet! Voor schenkingen bestaat er een specifieke uitzondering. Je bewindvoerder mag een schenking doen in jouw naam als:
-
je onbekwaam bent om te schenken;
-
je je wil om te schenken zowel schriftelijk als mondeling duidelijk hebt geuit;
-
je wilsuitingen dateren van toen je nog bekwaam was;
-
het bedrag van de schenking in verhouding staat tot je vermogen;
-
en je bewindvoerder toestemming heeft van de vrederechter.
Bijvoorbeeld: een grootmoeder schenkt aan elk van haar kleinkinderen op hun 18e verjaardag hetzelfde bedrag. Nadat zij onder bewind is geplaatst, kan de bewindvoerder die traditie voortzetten.
Ja.
Je kan op elk moment aan de vrederechter vragen om een andere bewindvoerder aan te stellen.
Er zijn verschillende redenen mogelijk om een wijziging te vragen: fouten van de bewindvoerder, communicatieproblemen, een verhuis, ...
De vrederechter beslist of het nodig is om een andere bewindvoerder aan te stellen. Hij doet dat:
- ofwel op eigen initiatief, als hij bepaalde problemen vaststelt (bijvoorbeeld de bewindvoerder brengt de verslagen niet binnen);
- ofwel op vraag van:
- de beschermde persoon;
- de procureur des Konings;
- de bewindvoerder zelf;
- de vertrouwenspersoon;
- iedereen die er een belang bij heeft.
De wijziging van de maatregel kan aan de vrederechter worden gevraagd:
- online via de website van het Centraal Register van de bescherming van personen
- of via een gewone brief of een verzoekschrift gericht aan de vrederechter.
De beschermde persoon en zijn bewindvoerder worden in elk geval gehoord door de vrederechter.
Na iedereen te hebben gehoord, beslist de vrederechter of hij de bewindvoerder vervangt of niet.
De vrederechter kan het bewind op elk moment wijzigen. Zo kan hij:
- de bewindvoerder vervangen;
- de bevoegdheden van de bewindvoerder uitbreiden of beperken;
- van bijstand aan de beschermde persoon overgaan naar een systeem van vertegenwoordiging;
- de lijst van handelingen die de beschermde persoon niet (alleen) kan uitvoeren aanpassen;
- ...
Dat kan hij:
- ofwel op eigen initiatief, wanneer hij vaststelt dat de regeling niet meer goed past;
- ofwel op verzoek van:
- de beschermde persoon;
- de vertrouwenspersoon;
- de bewindvoerder over de goederen en/of de persoon;
- de procureur des Konings;
- iedereen die er een belang bij heeft.
De wijziging van de maatregel kan aan de vrederechter worden gevraagd:
- online via de website van het Centraal Register van de bescherming van personen;
- of via een gewone brief of een verzoekschrift gericht aan de vrederechter.
De beschermde persoon en zijn bewindvoerder worden in elk geval gehoord door de vrederechter. Als er een vertrouwenspersoon is, wordt die ook opgeroepen om te worden gehoord.
Het aanstellen van een bewindvoerder is nooit definitief. De vrederechter kan op elk moment het bewind beëindigen.
Dat kan hij:
- ofwel op eigen initiatief, als hij bijvoorbeeld tijdens een gesprek met de persoon vaststelt dat de maatregel niet langer nodig is;
- ofwel op verzoek van:
- de beschermde persoon;
- de vertrouwenspersoon;
- de bewindvoerder over de goederen en/of de persoon;
- de procureur des Konings;
- iedereen die er een belang bij heeft.
In de vraag tot beëindiging moet staan waarom het bewind niet langer nodig is.
Als de maatregel is genomen op grond van de gezondheidstoestand van de betrokkene, dan moet er bij de vraag tot beëindiging een geneeskundig verslag worden gevoegd over de huidige gezondheidstoestand.
De wijziging van de maatregel kan aan de vrederechter worden gevraagd:
- online via de website van het Centraal Register van de bescherming van personen
- of via een gewone brief of een verzoekschrift gericht aan de vrederechter.
De beschermde persoon en zijn bewindvoerder worden in elk geval gehoord door de vrederechter. Als er een vertrouwenspersoon is, wordt die ook opgeroepen om te worden gehoord.
De bewindvoering eindigt op de dag waarop de beschermde persoon overlijdt. De opdracht van de bewindvoerder stopt automatisch.
Binnen 1 maand na het overlijden, moet de bewindvoerder bij de vrederechter een eindverslag indienen. De bewindvoerder moet zijn beheer verantwoorden en alles beschrijven wat die gedaan heeft tussen het vorige verslag en het overlijden.
Het afsluitende verslag heeft vooral de bedoeling om zicht te krijgen op het vermogen van de persoon op het ogenblik van zijn overlijden. Op die manier weten de erfgenamen beter hoe groot de erfenis is en wat erin zit.
De bewindvoerder voegt normaal aan dat verslag zijn eindafrekening van zijn kosten en ereloon toe. De vrederechter moet die afrekening goedkeuren.
De bewindvoerder dient het eindverslag en zijn kosten en ereloon online in via de website van het Centraal Register van Beschermde Peronen (CBRP).
Als er geen erfgenamen zijn of ze niet gevonden worden, kan de bewindvoerder aan de vrederechter vragen om zijn opdracht met 6 maanden te verlengen.
In die periode blijft zijn opdracht beperkt tot:
- de betaling van bepaalde schulden, zoals de begrafeniskosten, de kosten van de laatste ziekte en de verblijfskosten in een woonzorgcentrum;
- het teruggeven van de huurwoning van de beschermde persoon en het vrijmaken van de waarborg;
- het aanvragen van een curator over de onbeheerde nalatenschap aan de vrederechter of aan de familierechter.
Ja.
Grootouders hebben recht op persoonlijk contact met hun kleinkinderen.
Datzelfde recht kan toegekend worden aan broers en zussen en aan iedereen die aantoont een affectieve band met het kind te hebben (overgrootouders, tante, oom, meter, peter, meeouders, ...). Als grootouder hoef je die affectieve band niet aan te tonen.
Er wordt per situatie nagegaan of het contact met de grootouders in het belang van het kind is. De band met de grootouders kan zorgen voor stabiliteit in het leven van het kind en bijdragen tot de persoonlijke ontwikkeling.
Als ouders en grootouders onderling niet overeenkomen, kunnen ze beroep doen op een familiaal bemiddelaar.
Eeen lijst van erkende familiaal bemiddelaars vind je hier.
Lukt dat niet, dan is het de familierechter die beslist wat in het belang van het kind is en wie recht heeft op contact met het kind.
De rechter kan enkel het persoonlijk contact weigeren als dat in het belang van het kind is. Als de rechter het contact toestaat, beslist hij hoe, waar en hoe vaak het bezoek plaatsvindt. De familierechtbank van de plaats waar het kind zijn domicilieadres heeft, is bevoegd.
Als het contact met je kleinkinderen niet vanzelf gaat, dan bespreek je dat in de eerste plaats best met de ouders.
Een familiaal bemiddelaar kan je helpen om het gesprek aan te gaan en samen tot een regeling te komen waar iedereen zich in kan vinden.
Waar vind je een familiaal bemiddelaar?
- op de lijst van erkende bemiddelaars van de Federale Bemiddelingscommissie;
- via de familiale bemiddelaars aangesloten bij Conflicool vzw.
(Groot)ouders en (klein)kinderen kunnen ook op vrijwillige basis terecht bij een bezoekruimte om onder begeleiding te werken aan contactherstel. Contactgegevens van de bezoekruimtes vind je op de website van het CAW.
Lukt het niet om onderling tot een oplossing te komen, dan kan je aan de familierechter vragen om je recht op contact met je kleinkinderen vast te leggen. De bevoegde familierechtbank is die van de plaats waar het kind gedomicilieerd is.
Wat kan de familierechter beslissen?
De rechter beslist hoe en hoe vaak de grootouders hun kleinkinderen mogen zien. Verschillende beslissingen zijn mogelijk, grootouders mogen hun kleinkinderen bijvoorbeeld:
- ontmoeten
- bij hen laten overnachten
- samen activiteiten met hen doen
- ontmoeten op bepaalde dagen en uren in een bezoekruimte
- telefonisch contact houden
- ...
Uit de rechtspraak blijkt dat de rechter vaak één keer per maand bezoekrecht toekent. Dat is zeker niet bindend. Elk dossier wordt afzonderlijk bekeken. Zodra het recht op contact strijdig is met de belangen van het kind, kan het beperkt of zelfs ingetrokken worden.
De ouders blijven het ouderlijk gezag uitoefenen, ook als de kleinkinderen meer bij hun grootouders verblijven dan bij hun ouders. In uitzonderlijke situaties kan de rechter de ouders uit het ouderlijk gezag ontzetten.
In principe kan je niet veel doen.
Het ouderlijk gezag ligt bij de ouders en zij nemen dus de beslissingen. Als grootouder heb je niet het recht daarin tussen te komen.
Maak je je zorgen om je kleinkind omwille van een bepaalde keuze, dan is het in de eerste plaats aangeraden om daarover met de ouders in gesprek te gaan. Voor dat gesprek kan je beroep doen op een familiaal bemiddelaar. Die kan helpen om het gesprek aan te gaan. Een lijst van erkende familiaal bemiddelaars vind je hier.
Lukt het gesprek niet en vrees je dat je kleinkind in gevaar is, dan kan je de situatie voorleggen aan de rechtbank. Er wordt dan een procedure ter bescherming van de minderjarige opgestart.
Zeer uitzonderlijk kan de rechter in kort geding een ouderlijke beslissing tijdelijk schorsen, namelijk als er bewijs is van hoogdringendheid of van een dreigend gevaar voor de kinderen.
Het is aangeraden om de verblijfsregeling zo gedetailleerd mogelijk uit te werken.
Een duidelijke regeling vergemakkelijkt de toepassing erna in het dagelijkse leven.
Dat is zo in alle gevallen, ongeacht of de regeling onderling of met hulp van een bemiddelaar tot stand komt of door de rechter wordt uitgesproken.
Wat niet geregeld is, kan achteraf een bron van discussie zijn.
Je moet daarbij bepalen:
- hoe de verdeling van het verblijf er concreet uitziet.
- gelijk verdeeld verblijf – hoofdverblijf - uitsluitend verblijf
- met daarbij de dagen en uren vermeld
- de eventuele afwijkingen in geval van vakanties
- hoe het ‘wisselmoment’ (van het verblijf bij de ene ouder naar het verblijf bij de andere) zal verlopen.
- Wie brengt of haalt de kinderen?
- Waar vindt de 'wissel' plaats?
- Wat wordt er meegegeven?
Hieronder vind je een aantal voorbeelden:
- Wie brengt of haalt de kinderen?
- De wissel gebeurt op vrijdag. De ouder bij wie de kinderen verblijven, zet de kinderen ’s ochtends af op school. De andere ouder pikt ze daar ’s avonds op.
- X komt de kinderen bij Y halen en brengt ze ook terug naar de woonplaats van Y.
- Om hoe laat begint het verblijf bij de andere ouder?
- Eén weekend op 2, van vrijdagavond 18 u. tot zondagavond 18 u.
- Eén weekend op 2, van vrijdagavond 18 u. tot zondagavond 18 u.
- Welke regeling is van toepassing in de schoolvakanties?
- De kinderen verblijven bij X de eerste 15 dagen van de maanden juli en augustus. De maanden juli en augustus zien er dus als volgt uit:
- van 30 juni 19 u. tot 15 juli 19 u. bij X
- van 15 juli 19 u. tot 31 juli 19 u. bij Y
- van 31 juli 19 u. tot 15 augustus 19 u. bij X
- van 15 augustus 19 u. tot 31 augustus 19 u. bij Y.
- De kinderen verblijven bij X de eerste 15 dagen van de maanden juli en augustus. De maanden juli en augustus zien er dus als volgt uit:
Er is geen verplichte formulering of standaardverdeling. Wees creatief en zoek een oplossing die het best beantwoordt aan jullie situatie en die van de kinderen.
Opgelet! In de verblijfsregeling moeten de ouders uitdrukkelijk noteren op welke manier ze rekening hebben gehouden met het belang van hun kind.
Houd daarbij ook rekening met de situatie van eventuele kinderen uit vorige relaties.
Ouders die apart gaan leven, kunnen zelf afspraken maken over de verblijfsregeling van hun minderjarige kinderen. Dat geldt zowel voor getrouwde ouders als voor samenwonende ouders.
Om je te helpen tot een akkoord te komen, kan je beroep doen op een familiaal bemiddelaar. Die kan de nodige juridische informatie geven en helpen om een overeenkomst op te stellen waar iedereen zich in kan vinden. Een lijst van erkende familiaal bemiddelaars vind je hier.
Je stelt best een schriftelijk akkoord op, waarin jullie de afspraken zo nauwkeurig mogelijk omschrijven. Werken aan een goede, duidelijke regeling kan toekomstige conflicten vermijden.
In het akkoord moet je uitdrukkelijk noteren op welke manier je rekening hebt gehouden met het belang van het kind bij het uitwerken van de verblijfsregeling.
Jullie kunnen het akkoord dat jullie samen hebben opgesteld laten goedkeuren door de familierechter. Dat wordt ‘homologeren’ genoemd. De overeenkomst krijgt dan de kracht van een vonnis, waardoor het afdwingbaar wordt.
Komen jullie als ouders niet tot een akkoord over het verblijf van de kinderen, dan kunnen jullie aan de familierechtbank vragen om de knoop door te hakken. Stelt de rechter vast dat bemiddeling nog niet geprobeerd is, dan kan hij jullie nog naar een bemiddelaar of naar de kamer minnelijke schikking van de familierechtbank doorverwijzen. Daar wordt eerst geprobeerd om tot een akkoord te komen. Ondertussen kan de gerechtelijke procedure worden opgeschort.
Als er geen akkoord mogelijk is, zal de rechter zelf bepalen hoe de verblijfsregeling van de minderjarige kinderen eruit ziet.
Wanneer ouders niet samenleven, moeten ze regelen op welke momenten de minderjarige kinderen bij elke ouder verblijven. Dat wordt de verblijfsregeling genoemd.
Het belang van het kind staat centraal. De ouders moeten in de verblijfsregeling uitdrukkelijk zeggen op welke manier ze rekening hebben gehouden met het belang van het kind. Als er in het gezin meerdere kinderen zijn, dan moeten de ouders ernaar streven om broers en zussen niet van elkaar te scheiden. Met 'broers en zussen' bedoelt men kinderen die samen binnen eenzelfde gezin worden opgevoed en die een bijzondere affectieve band hebben met elkaar. Het gaat dus ook om halfbroers, stiefzussen enzovoort.
In grote lijnen zijn er 3 categorieën te onderscheiden.
- Gelijk verdeeld verblijf: kinderen verblijven een gelijke periode bij de ene en bij de andere ouder.
Dat kan bijvoorbeeld week-week zijn, maar ook een wissel in het midden van de week of op andere momenten is mogelijk.
- Hoofdverblijf bij de ene ouder en tweede verblijf bij de andere ouder, bijvoorbeeld tijdens de week bij de ene ouder en in het weekend bij de andere.
De rechter kan een ongelijk verdeeld verblijf voorzien wanneer hij vindt dat een gelijk verdeeld verblijf niet de beste regeling is voor de kinderen en de ouders gelet op de concrete situatie. Bijvoorbeeld door de leeftijd van de kinderen, de afstand tussen de woonplaatsen, de werksituatie/beschikbaarheid van de ouders, …
- Uitsluitend verblijf bij één van de ouders met een omgangsrecht voor de andere ouder: het kind woont bij één van de ouders en ziet de andere ouder
- een aantal uren per week, per maand of per jaar;
- alleen of in het bijzijn van iemand anders;
- in een bezoekruimte of bij een vriend of familielid.
Opgelet, geen 2 gezinnen zijn exact hetzelfde en dus kan je nooit veralgemenen. Elke situatie wordt apart bekeken.
De wet verplicht je om financiële of materiële hulp te bieden aan personen met wie je een familieband hebt en die hulp nodig hebben.
Afhankelijk van de familieband is de verplichting verregaander en verschillen de voorwaarden.
Er zijn 3 soorten onderhoudsplichten:
- tussen ex-echtgenoten: dit wordt het persoonlijk onderhoudsgeld (tijdens de echtscheidingsprocedure) of de onderhoudsuitkering (na de echtscheiding) genoemd;
- ouders tegenover hun kinderen (de plicht tot onderhoud en opvoeding): dat wordt de onderhoudsbijdrage genoemd;
- tussen familieleden in de rechte lijn: de algemene onderhoudsplicht.
Er is geen exact antwoord op die vraag, omdat de wet geen maximumleeftijd bepaalt.
De plicht om een onderhoudsbijdrage te betalen stopt niet automatisch als het kind 18 jaar wordt.
De bijdrageverplichting blijft bestaan tot de jongere financieel zelfstandig is. Meestal wordt aangenomen dat dat het geval is zodra hij een diploma heeft behaald of een opleiding heeft afgerond die hem de mogelijkheid geeft om te werken.
Algemeen wordt aanvaard:
- dat een jongere na een diploma van de middelbare school aan zijn ouders kan vragen om een bijkomende opleiding te volgen;
- dat de onderhoudsplicht voortduurt tijdens de beroepsinchakelingstijd. Dat is de periode dat je werkzoekend bent, maar nog geen uitkering krijgt.
Elementen waarmee rekening gehouden wordt om te weten of je nog een onderhoudsbijdrage moet betalen zijn onder meer de leeftijd van het kind en het afgelegd traject, de financiële middelen van de ouders, …
Hebben ouders onderling een andere mening, of komen ze niet overeen met de jongere, dan kunnen ze met een familiaal bemiddelaar proberen tot een akkoord te komen. Hier vind je een lijst van erkende bemiddelaars.
Lukt bemiddeling niet, dan beslist de familierechter of er nog een onderhoudsbijdrage moet betaald worden voor het meerderjarig kind.
Alles hangt af van de concrete situatie.
Als ouder heb je de plicht om je kinderen op te voeden en te onderhouden.
Die verplichting stopt niet automatisch als het kind meerderjarig wordt. Ze blijft bestaan zolang de jongere zijn opleiding niet beëindigd heeft en financieel nog niet op eigen benen kan staan.
De jongere heeft recht op opvoeding en onderhoud in verhouding tot het vermogen en de mogelijkheden van zijn ouders. De jongere moet tijdens zijn studies kunnen blijven genieten van dezelfde levensstandaard als zijn ouders.
Die verplichting eindigt niet automatisch als de jongere het ouderlijk huis verlaat. Het vertrek van de jongere kan het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden zoals een ernstig familiaal conflict, geen eigen kamer hebben om te studeren, enzovoort.
Sommige rechtspraak zegt dat de jongere die er zelf voor kiest om het ouderlijk huis te verlaten en daarmee de uitvoering in natura van de onderhoudsplicht weigert, geen recht heeft op onderhoudsgeld van zijn ouders of minstens zelf ook deels moet bijdragen door bijvoorbeeld te werken als jobstudent.
In geval van onenigheid is het aangeraden om onderling te bespreken of er een oplossing te vinden is waar iedereen zich in kan vinden. Je kan daarvoor beroep doen op een familiaal bemiddelaar of een onderhandelaar om je te helpen bij dat gesprek. Een lijst van erkende bemiddelaars vind je hier.
Lukt dat niet, dan kan het conflict worden voorgelegd aan de familierechter. Die zal in de concrete situatie een beslissing nemen.
De plicht om voor je meerderjarig kind onderhoudsbijdragen te betalen, stopt pas als het kind een opleiding beëindigt en financieel voor zichzelf kan zorgen.
Voorwaarde is dat de studies normaal verlopen zonder ernstige vertragingen waar het kind aan kan doen. Zo wordt aanvaard dat een jongere enkele moeilijkheden kan hebben tijdens zijn studies, bijvoorbeeld dat hij zich vergist heeft bij zijn studiekeuze en dat hij zich nu wil heroriënteren. Dat is geen grond om direct de onderhoudsplicht stop te zetten.
Bij een conflict tussen de jongere en zijn ouders is het best om daarover eerst een gesprek aan te gaan. Wat ziet de jongere en wat zien de ouders als haalbaar? Een bemiddelaar kan helpen om de verwachtingen op mekaar af te stemmen en tot een aantal afspraken te komen.
Een lijst van erkende bemiddelaars vind je hier.
Komen de jongere en zijn ouders er niet samen uit, dan kan de situatie worden voorgelegd aan de familierechtbank. De familierechter kijkt naar
- de competenties van de jongere;
- zijn goede wil en studieijver;
- de omstandigheden die de vertraging in zijn studies kunnen rechtvaardigen. Zo kunnen familiale of materiële moeilijkheden bijvoorbeeld verklaren dat de jongere meerdere vakken opnieuw moet doen.
Verder kan de rechter beslissen om het bedrag van de onderhoudsbijdrage opnieuw te bekijken na elk studiejaar en de betaling ervan te controleren. Zo zorgt hij dat de jongere de kosten van zijn woonst en zijn onderhoud, maar ook van zijn opleiding zeker kan betalen (inschrijvingsgeld, cursussen, …).
Het antwoord daarop is niet eenduidig. Er wordt rekening gehouden met de precieze omstandigheden en de context van het niet slagen in de studies.
De rechtspraak oordeelt dat de studies normaal moeten verlopen zonder ernstige vertraging waar het kind aan kan doen.
Ze aanvaardt dat een jongere enkele moeilijkheden kan hebben tijdens zijn schoolloopbaan, bijvoorbeeld omdat de jongere zich vergist in zijn studiekeuze en zich na dat eerste studiejaar wil heroriënteren.
Bij conflict tussen de jongere en zijn ouders, oordeelt de familierechter over:
- de competenties van de jongere
- zijn goede wil en zijn studieijver;
- de omstandigheden die de vertraging in zijn studie kunnen rechtvaardigen. Zo kunnen familiale of materiële moeilijkheden bijvoorbeeld verklaren dat de jongere zijn studies vertraagd aflegt.
De wet voorziet geen berekeningsmethode. Ze zegt enkel dat elke ouder moet bijdragen volgens zijn vermogen.
De onderhoudsbijdrage dient om een evenwicht te creëren in de uitgaven voor de kinderen. Je kan een voorstel doen op basis van volgende elementen:
- Wat zijn de kosten van jullie kind?
De ouders staan samen in voor alle kosten die nodig zijn om het kind groot te brengen. Daarin zit huisvesting, eten, verzorging, opleiding, hobby's, ...
De kosten volgen de levensstandaard en het inkomensniveau van de ouders. Het kind mag delen in die levensstandaard.
Daarnaast zijn ook de leeftijd en de bijzondere noden van het kind bepalend.
- Wat zijn de inkomsten van de ouders?
De bijdrage van elke ouder staat in verhouding tot zijn/haar inkomen. Heel het gemeenschappelijk netto-inkomen wordt bekeken: inkomsten uit werk en uit onroerend goed, voordelen in natura, vakantiegeld, bijdragen, eindejaarspremie, ...
De rechter kan bijvoorbeeld kijken naar het laatste aanslagbiljet in de personenbelasting van de ouders.
Hij kan ook rekening houden met wat de ouders zouden kunnen verdienen. Het is niet de bedoeling dat één ouder veel minder moet bijdragen als die enkel zelf kiest om minder te werken.
- Wie betaalt welke kosten?
Het moet duidelijk zijn voor welke kosten het onderhoudsgeld bedoeld is. Betaalt de ouder die het onderhoudsgeld krijgt daarmee alle kosten? Of zijn er bepaalde grotere terugkomende kosten die jullie apart verrekenen (zoals een winterjas, schoenen, bepaalde hobby's, ...)?
De verblijfsregeling heeft daarbij een belangrijke invloed. Het onderhoudsgeld kan de ongelijke uitgaven bij een ongelijk verdeeld verblijf (eten, verbruik, ...) compenseren.
Opgelet! Dat betekent niet dat er bij een gelijk verdeeld verblijf sowieso geen onderhoudsgeld moet betaald worden.
Op basis van de andere punten (de ene heeft een veel groter inkomen of krijgt meer voordelen, de andere betaalt meer specifieke kosten, ...) kan een onderhoudsbijdrage toch nodig zijn.
- Wie ontvangt welke voordelen?
Het Groeipakket, de verschillende fiscale voordelen, enzovoort. zijn bedoeld om de kosten van de kinderen te betalen. Je neemt het mee op in de berekening om te kunnen bepalen hoeveel onderhoudsgeld er nodig is.
Al die elementen moeten samen met het onderhoudsgeld een evenwicht tussen de 2 ouders vormen.
Je kan een onderhoudsgeldcalculator gebruiken om tot een voorstel te komen, zoals:
- de onderhoudsgeldcalculator op de website van de Belgische Hoven en Rechtbanken (methode Hobin) versie 2025: tool en handleiding;
- de onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond
- de online simulator van Pareto in samenwerking met de Gezinsbond
Als het de ouders niet lukt om samen een bedrag en een regeling af te spreken, bepaalt de familierechter het bedrag van het onderhoudsgeld. Ook daar legt de wet geen berekeningswijze aan de rechter op.
De rechter moet in zijn vonnis of de ouders moeten in hun akkoord altijd motiveren hoe ze tot het bedrag van de onderhoudsbijdrage gekomen zijn.
Verder moet het vonnis of het akkoord de gegevens vermelden van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) en van de mogelijkheid van een ontvangstmachtiging.
Het bedrag van de onderhoudsbijdrage kan aangepast worden als de omstandigheden veranderen. Een kind dat op kot gaat of een ouder die zijn werk verliest, zijn bijvoorbeeld redenen om een aanpassing van het onderhoudsgeld te vragen.
Buitengewone kosten zijn kosten die ouders voor een kind maken die uitzonderlijk, noodzakelijk of onvoorzienbaar zijn.
Ze worden ‘buitengewoon’ genoemd omdat ze niet vallen onder de kosten voor de kinderen die regelmatig terugkomen.
Sinds 2 mei 2019 bestaat er een standaardlijst met de buitengewone kosten voor een kind:
- Medische en paramedische kosten
Bijvoorbeeld: ziekenhuisopname, orthodontie, logopedist, prothese, kinesitherapie, enz. - Schoolkosten
Bijvoorbeeld: schooluniform, cursussen, schoolreizen, inschrijvingsgeld voor hoger onderwijs, kot, enz. - Kosten voor de ontwikkeling en ontplooiing van het kind: artistieke, culturele en sportactiviteiten.
Bijvoorbeeld: de kinderopvang (voor kinderen van 0 tot 3 jaar), lidgeld voor een sportclub, vakantiekamp, rijlessen, enz.
Meer informatie vind je in ons schema ‘Wat zijn buitengewone kosten?’ onderaan bij ‘Documenten'.
Ouders kunnen bij onderling akkoord afwijken van die lijst. De rechter kan ook een andere regeling opleggen.
Lees dus eerst jullie ouderschapsakkoord of de beslissing van de familierechtbank.
Buitengewone kosten vallen buiten de onderhoudsbijdrage. De onderhoudsbijdrage is bedoeld om de ‘gewone kosten’ te betalen: de dagelijkse kosten die je kan voorzien voor het onderhoud van een kind.
Bijvoorbeeld: het eten, het aandeel van het kind in het verbruik van water en energie, kledij, enz.
Ouders moeten zowel de dagelijkse kosten als de buitengewone kosten samen betalen. Als ze niet meer samenleven, dan moeten ze afspreken:
- Wat de buitengewone kosten voor hun kind zijn;
- Hoe ze de buitengewone kosten verdelen (in verhouding tot de mogelijkheden van elke ouder);
- Hoe ze de buitengewone kosten betalen en aan mekaar terugbetalen.
Als jullie als ouders niet overeenkomen, dan kan je een regeling vragen aan de familierechtbank.
Als jullie akkoord of de beslissing van de rechtbank geen aparte verdeling van de buitengewone kosten bevat, dan wordt verondersteld dat de onderhoudsbijdrage volstaat om alle kosten te betalen.
Ja.
Over buitengewone kosten voor de kinderen beslissen jullie als ouders samen:
- zowel over de uitgave zelf;
- als over het bedrag van de uitgave.
Vraag dus het akkoord van de andere ouder voor je de uitgave doet.
Om zeker te zijn, vraag je zijn/haar akkoord best schriftelijk.
Als je vreest dat de andere ouder niet gaat antwoorden, vraag dan zijn/haar akkoord via een aangetekende brief of een fax.
Er bestaat sinds 10 januari 2019 een wettelijke procedure:
Als je het akkoord vraagt via aangetekende brief of fax, dan moet hij/zij je antwoorden:
- binnen de 20 dagen na je vraag;
- of binnen de 30 dagen als je de vraag gesteld hebt in een schoolvakantie van 1 week of langer.
Als hij niet antwoordt, mag je ervan uitgaan dat hij/zij akkoord gaat met de uitgave.
Bijvoorbeeld: Bij het begin van het nieuwe schooljaar wil jullie dochter graag beginnen met voetballen. De inschrijvingen lopen tot 26 augustus. Je vraagt het akkoord van de andere ouder om jullie dochter in te schrijven via een aangetekende brief op 23 juli.
Als je nog geen antwoord hebt gekregen op 23 augustus, mag je ervan uitgaan dat hij/zij akkoord is en jullie dochter inschrijven.
Als de andere ouder laat weten dat hij/zij niet akkoord is, dan kunnen jullie de knoop alleen laten doorhakken door de familierechtbank.
Als het gaat om dringende of hoogstnoodzakelijke uitgaven, dan kan je de uitgave al doen zonder het akkoord van de andere ouder te vragen.
Bijvoorbeeld: jullie zoon valt op de speelplaats en je moet met hem naar de spoeddient om scans te laten nemen.
Verwittig de andere ouder wel zo snel mogelijk en vraag voor verdere uitgaven zijn/haar akkoord.
Lees eerst jullie ouderschapsakkoord of de beslissing van de rechtbank na. Soms staat daarin beschreven hoe je de terugbetaling aan de andere ouder moet vragen.
Als jullie nog geen akkoord of beslissing hebben en jullie geraken er niet uit, vraag dan een regeling aan de familierechtbank.
Voor regelingen vanaf 2 mei 2019 geldt een standaardprocedure:
- Je vraagt de terugbetaling van de buitengewone kosten per trimester.
- Je vraagt de betaling aan de andere ouder en voegt de bewijzen van de uitgaven toe.
- De andere ouder moet betalen binnen de 15 dagen nadat je de vraag met de bewijzen hebt voorgelegd.
Als je de school- en studietoelagen, studiebeurzen, terugbetalingen van het ziekenfonds en de (hospitalisatie)verzekering ontvangt, moet je hiervan een overzicht aan de andere ouder bezorgen. Meestal moet je deze bedragen verrekenen met de buitengewone kosten.
Jullie kunnen bij onderling akkoord altijd afwijken van die procedure. De rechter kan in zijn beslissing ook een andere regeling opleggen.
Opgelet! Vraag het akkoord van de andere ouder voor je de uitgave doet.
Je moet de andere ouder een aangetekende brief, een mail of bericht sturen. De andere ouder moet dan binnen de 21 dagen na de verzending reageren als die niet akkoord gaat met de kost. Als je de vraag stelt tijdens een schoolvakantie van 1 week of langer, moet die binnen de 30 dagen reageren. Als de andere ouder niet binnen de termijn reageert, geldt dat als een akkoord.
Als je geen akkoord vraagt, dan kan de andere ouder weigeren om terug te betalen, tenzij de uitgave dringend of noodzakelijk was.
Meer informatie vind je in:
- de fiche: Moet je het akkoord van de andere ouder vragen om buitengewone kosten te betalen?
- het schema ‘Hoe vraag je de betaling van de buitengewone kosten?’, onderaan bij documenten.
Je moet een aanvraag doen bij DAVO. Je doet dat:
- online via de website van DAVO;
of - via een modelformulier dat je naar het bevoegde kantoor van DAVO stuurt.
De formulieren vind je terug onder 'documenten' onderaan deze fiche of op de website van DAVO.
De adressen van de kantoren van DAVO vind je via deze link.
Verder moet je aan je verzoek ook een reeks documenten toevoegen, zoals bijvoorbeeld de uitgifte van de beslissing van de rechter die het onderhoudsgeld toekent.
Neem gerust contact op met een sociale dienst die je kan helpen om het formulier juist in te vullen en om alle nodige documenten te verzamelen.
De termijn waarbinnen DAVO je dossier behandelt, verschilt van regio tot regio. Reken op ongeveer 2 maanden.
Eenmaal DAVO akkoord is gegaan om de achterstallige bijdragen in te vorderen, kan je ze via geen andere wegen meer invorderen. Je kan niet tegelijkertijd de invordering vragen via DAVO en daarnaast zelf een beroep doen op een gerechtsdeurwaarder of het geld rechtstreeks van de onderhoudsplichtige ouder proberen te krijgen.
Daarnaast heb je een meldingsplicht: je moet DAVO informeren van wijzigingen die een invloed hebben voor de betaling van het onderhoudsgeld, bijvoorbeeld: je kind gaat bij de onderhoudsplichtige ouder wonen, je kind stopt met studeren, enzovoort.
Als je graag zelf opnieuw stappen zet, moet je DAVO daarvan op de hoogte brengen zodat de dienst haar tussenkomst kan beëindigen.
Je vindt meer info op de website van DAVO: onderhoudsgeld opeisen (als onderhoudsgerechtigde)
De ouder die de bijdragen ontvangt, moet niets betalen.
Maar opgelet! De tussenkomst van DAVO is niet gratis.
Het is de onderhoudsplichtige ouder die moet betalen omdat DAVO bij die ouder de achterstallige onderhoudsbijdragen moet invorderen.
De bijdrage in de kosten is 13% van de verschuldigde onderhoudsbijdragen.
Daarnaast moet de onderhoudsplichtige de intresten en de kosten betalen die DAVO heeft gemaakt om de achterstallen in te vorderen, bijvoorbeeld: de kosten van een beslag.
Neen, dat is niet verplicht.
Je kan ervoor kiezen om jullie feitelijke scheiding enkel onderling te regelen.
Het is wel aan te raden om een professional te betrekken in de volgende gevallen:
- je echtgeno(o)t(e) heeft beroep gedaan op een advocaat;
- de communicatie tussen jullie beiden loopt heel moeilijk;
- er moeten veel en ingewikkelde zaken geregeld worden (jullie zijn al lang gehuwd waardoor er een uitgebreid gemeenschappelijk vermogen is, …);
Je kan daarvoor beroep doen op een familiaal bemiddelaar, een advocaat of een notaris.
Contactgegevens:
Opgelet: door enkel uit mekaar te gaan (feitelijke scheiding) is jullie huwelijk niet beëindigd, ook niet als jullie lange tijd apart wonen. Om officieel jullie huwelijk te beëindigen, moet een rechter de echtscheiding uitspreken.
Ook al gaan jullie maar tijdelijk uit mekaar, het is aangeraden om jullie regeling zo volledig mogelijk te maken.
Werken aan een goede, duidelijke regeling kan toekomstige conflicten vermijden. Bijvoorbeeld: als de kinderen naar de andere ouder gaan op vrijdagavond, wie gaat ze dan aan de school afhalen?
Concreet bekijken jullie best volgende vragen:
- Wie blijft voorlopig in de woning? Wie betaalt de lening af of de huur? Wie betaalt de vaste kosten zoals elektriciteit, internet, ...?
- Waar gaan de kinderen wonen? Hoeveel onderhoudsgeld voor de kinderen wordt er betaald? Welke kosten worden daarmee betaald en hoe verdelen jullie de buitengewone kosten? Wie neemt de kinderen fiscaal ten laste? Bij wie staan de kinderen op het ziekenfonds?
Jullie moeten bepalen op welke manier jullie rekening houden met de belangen van jullie kinderen, bijvoorbeeld: door hen te betrekken bij de afspraken, door rekening te houden met de hobby's, enzovoort.
- Wordt er een persoonlijk onderhoudsgeld tussen jullie betaald? Zo ja, hoeveel en hoe lang?
- Wie betaalt wat: leningen, facturen, eventuele schulden, …? Moeten er contracten (internet, elektriciteit,…) opgezegd of van naam veranderd worden?
- Wie neemt welke goederen mee: auto, televisie, keukentoestellen, meubels,…?
- Hoe splitsen jullie jullie bankrekeningen?
- …
Om tot een regeling te komen, kunnen jullie ook beroep doen op een familiaal bemiddelaar. Een lijst van erkende familiaal bemiddelaars vind je hier.
Je kan ook tot een regeling komen via onderhandeling, dan laat elke partij zich bijstaan door een eigen onderhandelaar, een advocaat bijvoorbeeld.
Eens jullie een regeling hebben, kunnen jullie die officieel laten maken. Dat kan door de familierechter in een vonnis (homologeren) of door een notaris in een notariële akte.
Op die manier wordt jullie regeling:
- afdwingbaar: als je ze niet naleeft, kan de andere je daartoe verplichten;
- tegenstelbaar aan derden: door de regeling officieel te maken, moeten ook andere mensen de regeling respecteren (bijvoorbeeld de bank, schooldirecteur, …).
Apart gaan wonen heeft geen gevolgen op het vlak van jullie schulden.
Aangezien jullie nog steeds gehuwd zijn en niet officieel gescheiden, blijven de rechten en plichten van het huwelijk nog gelden.
Enkel een rechter kan dat veranderen. Je kan dat vragen in een procedure van voorlopige maatregelen. Meer info vind je in de rubriek: Uit mekaar gaan via de rechtbank (voorlopige maatregelen)
Dat heeft bijvoorbeeld als gevolg dat:
- jullie nog steeds moeten bijdragen in de kosten van het huishouden en mee moeten betalen voor de schulden die de andere gemaakt heeft voor het huishouden. Tenzij die uitgaven buitensporig zijn of tenzij de familierechtbank anders beslist heeft.
- je ook nog voor de beroepsschulden van je echtgeno(o)t(e) kan worden aangesproken als je geen stelsel van scheiding van goederen hebt.
- je nog samen wordt belast voor het jaar waarin je beslist om feitelijk te scheiden.
Als ouders apart wonen, dan kan 1 ouder de kinderen fiscaal ten laste nemen.
Opgelet! Je kan alleen een kind fiscaal ten laste hebben als:
- het kind deel uitmaakt van je gezin. Hij of zij woont normaal bij je in;
- het kind geen inkomsten heeft of zijn/haar inkomsten onder een bepaalde grens liggen die jaarlijks wordt geïndexeerd;
meer info: Wanneer is je kind ten laste?; - het kind geen inkomsten heeft die je inbrengt als beroepskosten.
In de praktijk is het de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben op 1 januari die de kinderen ten laste heeft. Dat is 1 januari van het aanslagjaar waarin je je belastingen invult.
De andere ouder heeft ook een fiscaal voordeel: die kan de onderhoudsbijdragen aftrekken van de belastingen.
Ter info! Als het verblijf gelijk verdeeld is, dan kan elk van beide de helft van het fiscaal voordeel krijgen. Dat heet fiscaal co-ouderschap. Het maakt daarbij niet uit dat 1 ouder ze ten laste neemt.
Je moet aan de belastingdienst bewijzen dat jullie een gelijk verdeeld verblijf hebben. Dat kan je met:
- een overeenkomst tussen jullie die gehomologeerd is door de rechter of geregistreerd is bij een registratiekantoor. De overeenkomst moet uitdrukkelijk een gelijk verdeelde verblijfsregeling bevatten en zeggen dat de ouders het fiscaal voordeel willen delen.
- een uitspraak van de rechtbank die het verblijf van de kinderen gelijk verdeelt tussen de ouders.
Je kan alleen maar fiscaal co-ouderschap hebben als je ook allebei ouderlijk gezag hebt.
Als jullie kiezen voor fiscaal co-ouderschap, dan kan je de onderhoudsbijdragen niet meer aftrekken van je belastingen. Je kan beide voordelen niet combineren. Het is dus belangrijk om te kijken wat in jullie situatie het voordeligste is.
Er bestaan 2 trajecten om te scheiden:
- de echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT);
- de echtscheiding door onherstelbare ontwrichting (EOO). Dit betekent dat jullie relatie in die mate verstoord is dat samenleven niet meer mogelijk is.
Je hoeft geen fout van je echtgenoot of echtgenote te bewijzen om te kunnen scheiden.
Als jullie definitief uit elkaar willen gaan, hebben jullie de keuze tussen de 2 trajecten.
- De echtscheiding door onderlinge toestemming kan alleen wanneer jullie over alles akkoord zijn. Jullie moeten het eens zijn over de echtscheiding op zich, maar ook over alles wat verder geregeld moet worden, bijvoorbeeld de verdeling van de goederen, de regeling rond de gezinswoning, de verblijfsregeling van de kinderen...;
- Als jullie het over bepaalde elementen niet eens geraken, wordt het de weg van de echtscheiding door onherstelbare ontwrichting. Jullie kunnen het oneens zijn over het geheel (bijvoorbeeld één van jullie wil absoluut niet scheiden) of over een gedeelte (jullie willen wel beiden scheiden, maar bereiken bijvoorbeeld geen akkoord over het onderhoudsgeld).
In beide situaties is het een rechter die de echtscheiding moet uitspreken. Je kan nooit officieel uit de echt gescheiden zijn enkel door apart te wonen, zonder tussenkomst van een rechter.
De familierechter spreekt de echtscheiding uit.
De echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) is de echtscheiding waarbij jij en je echtgeno(o)t(e) over alles tot een akkoord komen:
- zowel over de beslissing om uit de echt te scheiden;
- als over alle gevolgen die daaraan verbonden zijn (verdeling van de goederen, verblijfsregeling van de kinderen, …).
Je hoeft daarbij geen reden voor jullie echtscheiding op te geven.
Jullie regelen vooraf, voordat je naar de rechtbank gaat, alle gevolgen van jullie echtscheiding in een overeenkomst.
3 grote categorieën van gevolgen moeten geregeld worden:
- jullie situatie als ex-echtgenoten: wie gaat waar wonen; is er een persoonlijk onderhoudsgeld tussen jullie verschuldigd; zo ja, welk bedrag en voor hoe lang; …
- jullie goederen: wie neemt welke meubels mee; wie neemt de auto over; wie koopt de andere helft van de gezinswoning over; wie betaalt welke schulden, leningen, facturen; …
- jullie kinderen: wanneer verblijven de kinderen bij wie; hoe gaan jullie mekaar op de hoogte houden en hoe gaan jullie samen beslissingen nemen; wordt er een onderhoudsbijdrage voor de kinderen betaald; zo ja, welk bedrag en voor welke kosten dient die; …
De overeenkomst regelt de gevolgen voor 2 periodes:
- de periode tijdens de echtscheidingsprocedure voor de rechtbank;
- de periode na het uitspreken van de echtscheiding.
De familierechter zal enkel nagaan of jullie overeenkomst niet strijdig is met de openbare orde of met het belang van de kinderen.
Je moet in de overeenkomst ook uitleggen op welke manier jullie rekening hebben met de belangen van jullie minderjarige kinderen, bijvoorbeeld:
- de hobby's van je kind;
- de afstand van school.
Je kan ook aangeven in of je kind werd betrokken bij het opmaken van de overeenkomst.
Als aan die voorwaarden is voldaan, dan keurt de rechter jullie overeenkomst goed (homologeren) en spreekt hij jullie echtscheiding uit. De rechter beoordeelt niet de inhoud van jullie afspraken.
Opgelet: de uitspraak van de rechter dat jullie uit de echt gescheiden zijn, is noodzakelijk. Enkel het opstellen van een overeenkomst met de gevolgen volstaat niet om officieel gescheiden te zijn.
1. Eerst moeten jullie de overeenkomst opstellen waarin alle gevolgen van jullie echtscheiding geregeld worden.
Jullie kunnen onderling jullie afspraken op papier zetten of daarvoor de hulp inroepen van een professional:
- een familiaal bemiddelaar: een lijst van erkende bemiddelaars vind je hier ;
- een advocaat: een advocaat zoeken kan je hier ;
- een notaris: een notaris vind je hier ;
- enzovoort.
2. Vervolgens moeten jullie die overeenkomst samen met een verzoekschrift tot echtscheiding door onderlinge toestemming en alle nodige attesten neerleggen op de griffie van de familierechtbank.
De nodige attesten zijn bijvoorbeeld een uittreksel van de huwelijksakte, uittreksels van de geboorteaktes,
De procedure is volledig schriftelijk: jullie hoeven niet naar de rechtbank gaan, tenzij de familierechter dat toch noodzakelijk zou vinden. Dan roept de rechter jullie uitzonderlijk op.
3. De rechter leest jullie akkoord, kijkt na of er niets instaat dat bijvoorbeeld strijdig is met de rechten van de kinderen. Als dat niet het geval is, keurt hij jullie akkoorden goed en spreekt hij de echtscheiding uit.
De uitspraak van echtscheiding wordt daarna doorgestuurd naar de DABS (databank van akten van de burgerlijke stand). De DABS maakt een melding in het rijksregister. Vanaf dat moment zijn jullie officieel niet meer gehuwd en bevrijd van alle rechten en plichten verbonden aan het huwelijk.
Tijdens de procedure, voor de echtscheiding uitgesproken is, zijn jullie nog gehuwd, maar moeten er wel al een paar tijdelijke afspraken nageleefd worden: wie woont in het huis, wie gebruikt de auto, wie betaalt welke schuld, …
Onderling kunnen jullie in die periode verdergaan op de afspraken in jullie overeenkomst. Opgelet: zolang jullie overeenkomst nog niet door een rechter is goedgekeurd, moeten derden (zoals een bank, een school, …) er geen rekening mee houden. Schuldeisers zullen dus nog bij jullie beiden kunnen komen aankloppen, ook al kwamen jullie anders overeen.
Jullie overeenkomst om te scheiden door onderlinge toestemming moet schriftelijk zijn.
Er zijn geen vormvereisten opgelegd voor de overeenkomst, maar jullie moeten wel over alles afspraken maken. Jullie zijn vrij om de overeenkomst op te stellen zoals jullie dat willen. Jullie mogen dat onderling doen, maar gezien de verregaande gevolgen van de afspraken die erin worden gemaakt, is de hulp van een professional aangeraden (familiaal bemiddelaar, advocaat, notaris…).
Meer informatie daarover vind je onder ‘Heb je een advocaat of een notaris nodig om de overeenkomst voor een EOT op te stellen?’
De tijd nemen om te werken aan een goede, duidelijke regeling kan toekomstige conflicten vermijden.
De toestemming van beide echtgenoten is evenwaardig en even noodzakelijk. Eens ondertekend is de overeenkomst bindend. Met uitzondering van bepaalde delen (zoals de regeling rond de kinderen) kan je op de meeste afspraken na de echtscheiding niet meer terugkomen en kan je geen veranderingen meer aanbrengen.
Wees daarom niet te snel. Wees voorzichtig met wat je tekent en informeer je goed op voorhand.
Je bezorgt aan de griffie van de familierechtbank:
-
jullie verzoekschrift;
- jullie overeenkomst(en);
- en alle nodige attesten (bijvoorbeeld een uittreksel van de huwelijksakte, uittreksels van de geboorteaktes, …).
Jullie mogen samen kiezen bij welke familierechtbank jullie de procedure willen voeren.
Het verzoekschrift moet door jullie beiden ondertekend zijn of door een advocaat of een notaris.
Je kan:
- ofwel alles in persoon afgeven op de griffie;
- ofwel alles aangetekend verzenden.
De rolrechten betaal je op het einde van de procedure.
Neen.
Je bent niet verplicht om een advocaat of een notaris te contacteren (tenzij er een onroerend goed is, zie hieronder), maar gezien de verregaande gevolgen van de procedure, is de hulp van een professional aangeraden. Veel van de beslissingen brengen gevolgen op lange termijn met zich mee en zijn daarna niet meer te wijzigen.
Wanneer jullie al over alles een akkoord bereikt hebben, zal de professional met jullie de overeenkomst opmaken en overlopen of jullie alle mogelijke gevolgen geregeld hebben.
Het is ook mogelijk dat jullie er onderling niet uit geraken. Wanneer het jullie niet lukt om tot een akkoord te komen, kan er beroep gedaan worden op een bemiddelaar. Bij bemiddeling wordt er naar de noden van alle partijen geluisterd (ook die van de kinderen indien die er zijn) en wordt er samen op zoek gegaan naar een evenwichtig akkoord.
Meer informatie vind je in de rubriek: Familiale bemiddeling
Contactgegevens:
Denk er wel aan dat als er een onroerend goed (zoals de gezinswoning) verdeeld of overgenomen wordt, dat er dan altijd een notaris moet betrokken worden.
Na de uitspraak van de echtscheiding ben je nog niet officieel gescheiden.
1 maand na de beslissing van de rechter, verstuurt de griffier de beslissing naar de centrale databank van de akten van de burgelijke stand (DABS).
De griffier kan dat dan pas doen, omdat de partijen of de procureur des Konings gedurende 1 maand in beroep kunnen gaan tegen de echtscheiding.
In de praktijk gebeurt dat bijna niet, maar de mogelijkheid zorgt ervoor dat je langer moet wachten tot je officieel gescheiden bent.
De DABS vermeldt in je huwelijksakte dat je bent gescheiden.
Als de huwelijksakte (nog) niet is opgenomen in de DABS, wordt er een akte van echtscheiding opgemaakt.
Je rijksregister wordt automatisch bijgewerkt.
Pas vanaf dan zijn jullie officieel gescheiden.
Ja, je kan onderling uit mekaar gaan, maar je blijft officieel wettelijk samenwonend zolang er geen verklaring is afgelegd.
Je hebt geen toestemming nodig om uit mekaar te gaan en apart te gaan wonen.
Maar, zolang er geen verklaring is afgelegd om het wettelijk samenwonen te beëindigen, blijven de rechten en plichten verbonden aan het wettelijk samenwonen (zoals het erfrecht) van toepassing.
Enkel wanneer jullie huwen of als één van jullie overlijdt, eindigt het wettelijk samenwonen automatisch.
Als jullie officieel uit mekaar willen gaan, moet er een verklaring op het gemeentehuis worden afgelegd.
- Als jullie beiden akkoord gaan, kunnen jullie dat samen doen.
- Als je partner dat niet wil, kan je de verklaring alleen afleggen.
Je moet dan wel een kost betalen. Dat is omdat je partner officieel via een gerechtsdeurwaarder op de hoogte moet worden gebracht van jouw verklaring ter beëindiging van het wettelijk samenwonen. De kost van de gerechtsdeurwaarder zal je moeten betalen (+/- 200 euro).
Neen, je bent dat niet verplicht.
Je partner is niet verplicht om in de gezinswoning te blijven. Hij/zij begaat geen fout door te vertrekken. Een vaststelling laten doen door de politie van het vertrek heeft dus weinig gevolgen.
Opgelet: apart gaan wonen beëindigt niet automatisch het wettelijk samenwonen. Als 1 van jullie enkel zijn adres verandert, blijven jullie wettelijk samenwonend totdat een verklaring ter beëindiging is afgelegd (of één van jullie huwt of overlijdt). De rechten en plichten verbonden aan wettelijk samenwonen blijven dus van toepassing.
Als het jullie niet lukt om tot een regeling te komen bij het uit mekaar gaan, kunnen jullie een regeling aan de familierechter vragen.
Opgelet: wanneer één van jullie sinds minder dan 5 jaar een verblijfsrecht heeft op basis van gezinshereniging, kan het verblijfsrecht worden ingetrokken wanneer jullie uit mekaar gaan. De wijkagent die vaststelling doet van de adreswijziging, zal de dienst Vreemdelingenzaken moeten verwittigen.
Ja.
Door de gezinswoning te verlaten, verlies je geen rechten in de woning of ten aanzien van de kinderen.
Er bestaat bij wettelijk samenwonen geen plicht tot samenwonen. Door de gezinswoning te verlaten bega je dus geen fout.
Opgelet!
- Het apart wonen beëindigt niet automatisch het wettelijk samenwonen.
Minstens 1 van jullie moet een verklaring afleggen op het gemeentehuis om het wettelijk samenwonen te beëindigen. - Als jullie samen een huurovereenkomst hebben getekend, maken jullie best zo snel mogelijk een regeling met de verhuurder over wie de huurovereenkomst overneemt. Anders loop je het risico nog mee te moeten betalen voor de huur, ook al woon je er niet meer.
- Als jullie samen kinderen hebben, werk dan zeker een regeling uit rond het verblijf van de kinderen, de verdeling van de kosten, …
Het wettelijk samenwonen kan op verschillende manieren beëindigd worden.
- Jullie kunnen dat samen beslissen. Jullie moeten dan opnieuw samen een verklaring ondertekenen bij de gemeente (bij de ambtenaar van de burgerlijke stand), ditmaal als beëindiging. De kost die je daarvoor moet betalen, varieert van gemeente tot gemeente, van gratis tot 20 euro.
In sommige gemeentes kan je de wettelijke samenwoning online beëindigen met je identiteitskaart.
- Eén van jullie kan alleen beslissen om het wettelijk samenwonen te beëindigen, zonder dat die daarvoor een reden moet opgeven.
Je gaat dan alleen naar de gemeente en legt daar een eenzijdige verklaring af. Opgelet: je partner moet door de gemeente daarvan officieel op de hoogte worden gebracht (zodat die zeker ook weet dat hij/zij niet meer wettelijk samenwonend is). Dat moet door een gerechtsdeurwaarder gebeuren en kost je ongeveer 250 euro.
- Het wettelijk samenwonen eindigt automatisch wanneer jullie met elkaar huwen of één van jullie overlijdt.
Na het wettelijk samenwonen hebben jullie geen rechten en plichten meer ten aanzien van elkaar.
Opgelet: het apart gaan wonen beëindigt dus niet automatisch het wettelijk samenwonen.
Als één van jullie zijn adres verandert, blijven jullie wettelijk samenwonend totdat een verklaring ter beëindiging is afgelegd (of totdat één van jullie huwt of overlijdt).
Als jullie samen een woning hebben gekocht, zijn jullie samen eigenaar van de woning. Jullie hebben samen een goed 'in onverdeeldheid'.
Als jullie uit mekaar gaan, hebben jullie verschillende mogelijkheden. Jullie zijn niet verplicht om samen eigenaar te blijven, noch zijn jullie verplicht het goed te verkopen.
- Eén van jullie koopt het deel van de andere over.
- Je moet dan naar een notaris om de overdracht officieel vast te leggen. Jullie zullen de waarde van het deel moeten bepalen. Een notaris kan je daarbij helpen of jullie kunnen beroep doen op een schatter.
- Jullie moeten voor de overdracht van het deel notariskosten betalen en registratierechten. De registratierechten bedragen 1% van de waarde van het hele goed.
- Als er nog een hypothecaire lening op de woning loopt, is het belangrijk om de persoon die zijn deel verkoopt van de lening te laten schrappen. De bank moet daarmee akkoord gaan. Omdat de zekerheid van de bank vermindert (1 schuldenaar in plaats van 2) kan het zijn dat er een extra zekerheid zoals een borg gevraagd wordt. Dat zal afhangen van jullie financiële mogelijkheden.
- Ook als jullie uit mekaar gaan, kunnen jullie ervoor kiezen om samen eigenaar te blijven. Het is daarbij belangrijk om goede afspraken te maken over de rechten en plichten verbonden aan het eigenaar zijn.
- Jullie kunnen de woning verkopen.
- Dat kan een verkoop uit de hand zijn, via een immobiliënkantoor of een openbare verkoop.
- De verkoop moet altijd via een notaris verlopen. Jullie moeten de vraagprijs van het goed bepalen. Een notaris kan je daarbij helpen of jullie kunnen beroep doen op een schatter.
- De opbrengst van de verkoop wordt in de eerste plaats gebruikt om de openstaande lening te betalen. Wat overblijft, wordt verdeeld onder jullie. Als één van jullie bij de aankoop meer geld heeft ingebracht, dan zal die een terugbetaling kunnen vragen.
Als jullie niet overeenkomen over wat er met de woning moet gebeuren, kunnen jullie aan de rechtbank van eerste aanleg vragen om het goed in onverdeeldheid tussen jullie te verdelen. Dat heet ‘uit onverdeeldheid treden’. De rechter zal de opdracht geven het goed te verkopen en de opbrengst wordt onder jullie verdeeld.
Dit is een lange en dure procedure. Probeer voor zover mogelijk eerst tot een akkoord te komen om onnodige kosten te vermijden.
Een familiaal bemiddelaar, een notaris of een advocaat kan jullie helpen het gesprek aan te gaan en tot een evenwichtig akkoord te komen. Hier vind je een lijst van erkende bemiddelaars.
Als feitelijk samenwonenden is jullie gezinswoning niet beschermd. Dat betekent dat de algemene regels van huur gelden.
Twee hypothesen zijn mogelijk.
- Jullie hebben beiden de huurovereenkomst ondertekend: dan hebben jullie beiden huurrechten. Er moet worden afgesproken wie in de woonst blijft en wie vertrekt. Kan geen van beiden in de woning blijven, dan moet de huurovereenkomst correct worden opgezegd.
Als je beslist om de woning te verlaten, verwittig dan de eigenaar. In principe moet je de verplichtingen in de huurovereenkomst blijven naleven voor de hele huurperiode, ook al woon je niet meer in de woning.
Als je ex-partner dus de huur niet betaalt, kan de verhuurder die van jou vragen.
Daarom is het belangrijk, wanneer je de woning verlaat, om aan de verhuurder te vragen om jouw naam van de huurovereenkomst af te halen, zodat enkel je ex-partner nog de verplichtingen moet naleven. Opgelet! Ook als je naam van de huurovereenkomst is afgehaald, dan kan de verhuurder je nog gedurende 6 maanden aanspreken om de huur te betalen als je ex-partner dat niet doet.
- Jij hebt de huurovereenkomst alleen ondertekend: je partner heeft dan geen huurrecht in de woning, zelfs al is hij daar gedomicilieerd. Gaan jullie uit elkaar, dan kan je hem/haar vragen om de woning te verlaten en hem/haar eventueel uit huis laten zetten via de vrederechter. Ten aanzien van de verhuurder heeft je ex-partner geen enkele verplichting, er kan niet gevraagd worden om de huurprijs te betalen.
Er zijn verschillende wegen om een familiaal bemiddelaar te vinden.
- De website van de Federale Bemiddelingscommissie bevat een lijst van erkende bemiddelaars.
Via de zoekfunctie kan je je opzoeking verfijnen, bijvoorbeeld:- arrondissement: plaats;
- beroep: advocaat, notaris, enzovoort;
- taal.
- De website van Bemiddeling vzw geeft een overzicht van bemiddelaars in Vlaanderen.
- Het online platform Conflicool gaat op zoek naar een bemiddelaar dichtbij en gespecialiseerd in het domein dat je zoekt.
Eens je een bemiddelaar hebt gevonden, wordt een eerste videogesprek gratis georganiseerd. Dat eerste gesprek biedt de kans om te kijken of bemiddeling geschikt is voor jouw situatie en of het gesprek met de bemiddelaar goed verloopt.
Als je een laag inkomen hebt, dan kan je aan de rechtbank rechtsbijstand vragen. De overheid betaalt dan het ereloon en de kosten van de bemiddelaar. Meer informatie vind je in deze brochure van de Federale Bemiddelingscommissie
Als je in een conflict zit, is de gerechtelijke weg niet de enige weg. Je kan buiten de rechtbank om ook proberen samen tot een regeling te komen met de hulp van een familiaal bemiddelaar.
Elk familiaal conflict kan bij een familiaal bemiddelaar besproken worden, bijvoorbeeld:
- een moeilijke scheiding;
- de verdeling van een erfenis tussen de familieleden;
- de verblijfsregeling van de kinderen die niet meer goed loopt na een scheiding;
- de vraag van een meerderjarig kind om zelf een onderhoudsbijdrage te ontvangen;
- ...
Redenen waarom mensen beroep doen op bemiddeling, zijn bijvoorbeeld:
- je vreest dat een gerechtelijke procedure het conflict nog groter gaat maken;
- je wil een aanslepende en kostelijke procedure vermijden;
- je vreest dat tegen mekaar procederen in de rechtbank onherstelbare schade gaat aanbrengen;
- ...
Bemiddeling is vrijwillig. Er is altijd een minimale bereidheid van beide partijen nodig om aan de bemiddeling deel te nemen.
Je kan naar een bemiddelaar gaan, zelfs als er al een procedure voor de rechtbank loopt. Als jullie willen proberen tot een akkoord te komen, dan kan je aan de rechter vragen om de procedure te schorsen om bemiddeling te proberen.
De rechter kan zelf ook bemiddeling voorstellen of jullie verplichten om eerst naar een bemiddelaar te gaan.
Wat gezegd wordt tijdens een bemiddeling is altijd vertrouwelijk. Het kan nooit in een procedure achteraf gebruikt worden.
Neem zeker een kijkje op de website van de Federale Bemiddelingscommissie voor meer informatie over bemiddeling.
Indien jullie zelf kiezen om met een bemiddelaar te werken (vrijwillige bemiddeling), dan nemen jullie zelf contact op met een bemiddelaar naar keuze.
De contactgegevens van erkende bemiddelaars vind je op de website van de Federale Bemiddelingscommissie.
Jullie maken rechtstreeks met de bemiddelaar een afspraak die voor jullie past.
Wanneer de rechter jullie doorverwijst naar bemiddeling (gerechtelijke bemiddeling), dan duidt de rechter een bemiddelaar aan die op de hoogte wordt gebracht. De bemiddelaar zal met jullie contact opnemen om een afspraak te maken.
- Tijdens het eerste overleg legt de bemiddelaar uit wat zijn rol is en wat de basisregels zijn van de bemiddeling, onder andere:
- een bemiddelaar is meerzijdig partijdig (vertegenwoordigt niet de belangen van één van beiden);
- wat besproken wordt bij de bemiddelaar is vertrouwelijk en kan niet tegen mekaar gebruikt worden;
- een bemiddelaar is gebonden door het beroepsgeheim;
- bemiddeling is vrijwillig, elk van beiden kan het stopzetten;
- ...
- Jullie bepalen samen met de bemiddelaar waarover jullie afspraken willen maken, bijvoorbeeld:
- de verblijfsregeling van de kinderen;
- de vereffening-verdeling van jullie goederen;
- wat er met het huis waarin jullie samenwoonden gaat gebeuren;
- het bedrag van de onderhoudsbijdrage;
- ...
- Je stelt een planning op voor de volgende afspraken en maakt een aantal praktische afspraken, bijvoorbeeld hoeveel de bemiddeling ongeveer kost en hoe de betaling zal verlopen, ...
- Je tekent bij het begin een bemiddelingsovereenkomst. Dat is een schriftelijk overeenkomst waarin partijen zeggen dat ze samen een bemiddeling willen aangaan en dat ze akkoord zijn met de bemiddelingsprincipes. De overeenkomst bevat een datum en de handtekening van de partijen en de bemiddelaar.
- Een overleg bij een bemiddelaar duurt gemiddeld 1 à 1,5 uur. Hoeveel overlegmomenten er zijn, hangt af van de situatie. Reken op 6 tot 12 overlegmomenten, verspreid over enkele maanden.
- Een bemiddelaar kan je alle juridische informatie geven die je nodig hebt om zelf een weloverwogen beslissing te nemen. Een bemiddelaar beslist niet in jouw plaats.
Voor zeer specifieke materies zoals bijvoorbeeld fiscaliteit zullen sommige bemiddelaars verwijzen naar een externe specialist. Het is mogelijk om tijdens de bemiddelingsperiode een advocaat, jurist of andere professional te raadplegen om de juridische, fiscale, financiële en persoonlijke gevolgen van je beslissingen na te gaan.
- Komen jullie tot een akkoord, dan stelt de bemiddelaar een ontwerp van een overeenkomst op en vraagt aan beiden om die te ondertekenen. Het is mogelijk om een deel van de afspraken te ondertekenen, wanneer je maar akkoord bent met een aantal afspraken die erin staan. De elementen waar jullie nog geen akkoord over bereiken, kunnen ofwel opnieuw met de bemiddelaar bekeken worden ofwel aan de rechter worden voorgelegd.
Net als elke deskundige, rekent de bemiddelaar kosten en erelonen aan. Die tarieven liggen niet vast en kunnen onderling verschillen.
Informeer je bij het eerste contact over de kostprijs van een bemiddeling. Het uurtarief van een familiaal bemiddelaar schommelt rond de 100 euro. Dat is een richtprijs. Elke bemiddelaar is volledig vrij om zijn uurtarief te bepalen. De betaling wordt opgesplitst over de partijen (in geval van een koppel dus elk +/- 50 euro per uur).
De wet bepaalt dat in de bemiddelingsovereenkomt (een geschreven overeenkomst met de datum en handtekening van de partijen en de bemiddelaar) de berekening van het tarief van de bemiddelaar en de betalingswijze moet opgenomen zijn.
Lukt het financieel niet om de kosten van een bemiddelaar te betalen, dan is het mogelijk dat de overheid tussenkomt in de kosten.
Je moet daarvoor voldoen aan de inkomensvoorwaarden voor rechtsbijstand en beroep doen op een erkende bemiddelaar. Dat kan zowel bij vrijwillige als gerechtelijke bemiddeling.
Vraag er zeker naar bij je eerste contact met de bemiddelaar. De bemiddelaar kan je zeggen welke papieren je moet verzamelen en kan de aanvraag indienen.
De inkomensgrenzen zijn dezelfde als voor een pro-Deoadvocaat, deze kan je vinden bij onze Cijfers.
De huur van een hoofdverblijfplaats heeft 2 voorwaarden:
- Je gebruikt de verhuurde woning als hoofdverblijfplaats.
Het is een hoofdverblijfplaats omdat je:
- Er effectief en voornamelijk woont;
- Zelf de huurovereenkomst ondertekende.
Tekende je de huurovereenkomst niet zelf (bijvoorbeeld wanneer je ouders de overeenkomst hebben ondertekend in jouw plaats)? Dan moet in de huurovereenkomst staan dat jij de persoon bent die gaat wonen in de huurwoning en dat het je hoofdverblijfplaats wordt.
Ga je op vakantie of word je even opgenomen in het ziekenhuis? Die woning blijft je hoofdverblijfplaats.
- De verhuurder geeft zijn akkoord dat je de gehuurde woning als hoofdverblijfplaats gebruikt.
Dat kan uitdrukkelijk of stilzwijgend:
- Ofwel staat in de huurovereenkomst uitdrukkelijk dat de woning bedoeld is als hoofdverblijfplaats (dat is een uitdrukkelijke toestemming);
- Ofwel staat er niets in de huurovereenkomst. Dan moet je bewijzen dat de verhuurder wist dat je de woning als hoofdverblijfplaats zou gebruiken. En dat de verhuurder er geen probleem mee had (dat is een stilzwijgende toestemming).
Vanaf de verhuurder zijn akkoord geeft, kan hij dat niet meer intrekken.
De verhuurder kan weigeren dat je de gehuurde woning als hoofdverblijfplaats gebruikt. Dat kan alleen als er in de huurovereenkomst staat:
- Waarom je de woning niet mag gebruiken als hoofdverblijfplaats;
- én op welk adres de huurder wel zijn hoofdverblijfplaats heeft.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Ja, maar onder bepaalde voorwaarden.
Wees voorzichtig: voor je de overeenkomst verbreekt moet je zeker zijn dat de verhuurder de huurovereenkomst niet heeft geregistreerd. Hij of zij kan dat gedaan hebben zonder dat je het weet.
- Is je huurovereenkomst afgesloten vóór 1/1/2019: dan kan je je huurovereenkomst opzeggen zonder opzegtermijn of -vergoeding als die huurovereenkomst langer dan 3 jaar duurt;
Je kan je huurovereenkomst van korte duur (3 jaar of minder) dan niet opzeggen zonder opzegtermijn of -vergoeding;
- Is je huurovereenkomst afgesloten na 1/1/2019: dan kan je je huurovereenkomst opzeggen zonder opzegtermijn of -vergoeding;
Om de huurovereenkomst te beëindigen zonder opzegtermijn of opzegvergoeding, moeten enkele voorwaarden voldaan zijn:
- de huurovereenkomst is niet geregistreerd;
- de gehuurde woning is je hoofdverblijfplaats ;
- je ondertekende de overeenkomst langer dan 2 maanden geleden;
- én je brengt de verhuurder op de hoogte van de opzegging.
Als je aan die voorwaarden voldoet kan je opzeggen zonder termijn of vergoeding. De opzeg gaat in op de 1ste dag van de maand na de maand waarin je de opzegbrief aan je verhuurder bezorgt.
Je vindt een modelbrief om een niet-geregistreerde huurovereenkomst te beëindigen onder 'Documenten' bovenaan.
Hier vind je het schema 'Huurder: je wil voor het einde van de huurovereenkomst vertrekken?'.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
- Werd de huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019?
Dan is de verdeling van de kosten vastgelegd. Je kan er niet van afwijken.
De regel is:
- De verhuurder betaalt de kosten en lasten die te maken hebben met de eigendom van de gehuurde woning.
Bijvoorbeeld de onroerende voorheffing, de kosten van de algemene vergadering, de aankoop van de meters voor nutsvoorzieningen en de administratiekosten, ... - De huurder betaalt de kosten en lasten die te maken hebben met het gebruik van de gehuurde woning.
Bijvoorbeeld het verbruik van water en elektriciteit, de kosten van kleine herstellingen en de schoonmaak en het onderhoud van de gemeenschappelijke delen, ...
De Vlaamse overheid heeft een lijst opgesteld die de kosten duidelijk verdeelt.
De kosten moeten altijd los van de huur, in een aparte rekening staan. Je mag de verhuurder ook altijd om de bewijsstukken van de kosten vragen.
- Werd de huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019?
Dan mag je vrij met de verhuurder afspreken welke kosten jij betaalt. Je moet dat afspreken in de huurovereenkomst. Als er niets afgesproken is, geldt de algemene regel van hierboven.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Jij moet als huurder de gemeentebelasting betalen die in de huurovereenkomst is afgesproken.
Als er niets is afgesproken in de huurovereenkomst, wordt de gemeentebelasting verdeeld:
- de gemeentebelasting die gelinkt is aan de eigendom van gehuurde woning moet de verhuurder betalen, bijvoorbeeld de onroerende voorheffing;
- de gemeentebelasting die gelinkt is aan het verbruik van de gehuurde woning moet jij betalen, bijvoorbeeld de huisvuilbelasting.
De gemeentebelasting is gebaseerd op de gehuurde woning en niet op de huurders. Dat betekent dus dat de kost in principe niet mag verhogen als er meerdere huurders intrekken. Het is een vast bedrag.
Een voorbeeld: Jan en Piet huren 2 kamers in een appartement. De verhuurder vraagt aan allebei om 150 euro gemeentebelasting te betalen. Als de gemeentebelasting maar 150 euro in totaal is, mogen Jan en Piet vragen om hun eigen deel te verlagen. In dat geval moeten ze elk maar 75 euro betalen.
Neen.
Wanneer de verhuurder een andere persoon inschakelt om tussen te komen bij de huurovereenkomst, bijvoorbeeld een vastgoedmakelaar, mag hij jou niet vragen om daarvoor te betalen.
Als huurder moet jij de kosten wel betalen als je zelf vraagt om de tussenkomst van een andere persoon.
Wanneer jullie er samen voor kiezen om een andere persoon in te schakelen voor de plaatsbeschrijving, moeten jij en de verhuurder de kosten delen.
Als enkel de verhuurder kiest om een andere persoon in te schakelen, moet hij de kosten betalen.
- Eerst moet je de kosten berekenen voor het deel dat jij huurt.
Het reglement van mede-eigendom van het appartementsgebouw bepaalt hoe de kosten zijn verdeeld tussen de verschillende appartementen. Meestal is dat gebaseerd op de oppervlakte van de appartementen.
Wat als er geen reglement van mede-eigendom is of als er niets in wordt bepaald? Dan worden de kosten verdeeld op basis van de oppervlakte van de private delen én het gebruik van de specifieke faciliteiten van het gebouw (bijvoorbeeld de lift of de garage).
Het is minder eenvoudig om de kosten te verdelen tussen de verschillende huurders van een ééngezinswoning. Om de kosten te baseren op de realiteit zou de verhuurder metingen moeten uitvoeren. Meestal zal hij de kosten forfaitair aanrekenen, dat wil zeggen met een vaste prijs, in plaats van de reële prijs per maand aan te rekenen.
Je kan de verdeling of het bedrag van de kosten laten nakijken door de vrederechter. De verhuurder moet dan kunnen aantonen wat je werkelijke verbruik is.
- Daarna moet je met de verhuurder afspreken hoe je de kosten verdeelt.
-
Werd de huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019?
Dan is de verdeling van de kosten vastgelegd. Je kan er niet van afwijken.
De Vlaamse overheid heeft een lijst opgesteld die de kosten duidelijk verdeelt.
De kosten moeten altijd los van de huur, in een aparte rekening staan. Je mag de verhuurder ook altijd om de bewijsstukken van de kosten vragen.
-
Werd de huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019?
Dan mag je vrij met de verhuurder afspreken welke kosten jij betaalt. Je moet dat afspreken in de huurovereenkomst. Als er niets afgesproken is, dan geldt de algemene regel van hierboven.
Meer informatie vind je in de fiche ‘Welke kosten moet je als huurder betalen?’
Ja.
Onder bepaalde voorwaarden krijgt de verhuurder een verlaging van de onroerende voorheffing. De verlaging is gebaseerd op de gezinssituatie van de huurder. Jij mag daarom als huurder de vermindering van de onroerende voorheffing aftrekken van de huurprijs.
Er is bijvoorbeeld:
- de vermindering voor gehandicapten;
- en de vermindering voor personen ten laste.
Opgelet! Jij, of de verhuurder moeten die verlaging van de onroerende voorheffing vragen aan de belastingdienst. Je doet die aanvraag vóór 1 mei van het aanslagjaar. Daarna wordt het automatisch toegepast.
Je vindt het aanvraagformulier onder 'documenten' onderaan de pagina of op de website van de Vlaamse belastingdienst.
De vermindering moet niet zijn voorzien in de overeenkomst. Meld wel op voorhand dat je de verlaging aanvraagt en verrekend in je huurprijs.
Als je de voorbije jaren al huurde, maar de vermindering nog niet had aangevraagd, kan je tot 5 jaar teruggaan.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Neen.
De verhuurder moet de onroerende voorheffing, ook gekend als de grondbelasting of belasting op het kadastraal inkomen, altijd zelf betalen.
Hij kan die nooit aanrekenen aan de huurder.
1. Wanneer betaal je de huurwaarborg?
De wet zegt hier niets over. Je moet dat zelf met de verhuurder afspreken. Normaal gezien betaal je de huurwaarborg voor je de sleutels van de woning krijgt. Zo is de verhuurder zeker dat die jou niet zomaar de sleutels van de woning gaf zonder tegenprestatie.
2. Hoe moet je de huurwaarborg betalen?
Er zijn 4 manieren om de huurwaarborg te betalen. Bespreek dit met je verhuurder. Als huurder mag jij 1 manier kiezen, combineren kan niet.
- Huurwaarborg op een persoonlijke geblokkeerde rekening:
Je kan de waarborg betalen bij de bank op een aparte rekening op jouw naam. Dat is de meest populaire optie. Dat geld staat daar geblokkeerd. Het komt pas vrij op het einde van de huur:- met een onderling akkoord van huurder en verhuurder of;
- met een vonnis van de vrederechter.
- Huurwaarborg via de bank:
Je kan via je bank een huurwaarborg betalen. De bank geeft een aantal mogelijkheden, bijvoorbeeld via een kapitalisatiebon of een obligatie.
- Huurwaarborg via het OCMW:
Als je het financieel moeilijk hebt om de huurwaarborg te betalen kan je hulp vragen aan het OCMW. Zij dienen een verzoek in bij een bank voor de huurwaarborg. Via een formulier kan jij aan de verhuurder tonen dat het OCMW je waarborg betaalt.
- Borgstelling:
Je kan aan iemand anders vragen om zich borg te stellen voor jou. Die persoon is verantwoordelijk om de huurwaarborg te betalen. Op die manier de huurwaarborg betalen kan enkel met de toestemming van de verhuurder.
Regel je je huurwaarborg via de bank? De bank geeft je dan een ingevuld standaardformulier als bewijs.
Je vindt ook een standaardformulier onderaan bij documenten.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
De bank betaalt de huurwaarborg pas terug als jij en de verhuurder een formulier ondertekenen en afgeven bij de bank.
Je moet een schriftelijk akkoord hebben met de verhuurder. Daarin verklaren jullie dat je:
- ofwel de huurwaarborg volledig terugkrijgt (als er geen kosten zijn);
- ofwel de huurwaarborg volledig aan de verhuurder geeft (als de kosten gelijk zijn of hoger zijn dan de huurwaarborg);
- ofwel een deel van de huurwaarborg aan de verhuurder geeft (als de kosten lager zijn dan de huurwaarborg).
Dat formulier geef je af bij de bank. Die zet de individuele rekening stop en betaalt het bedrag dat jullie overeenkwamen aan de juiste persoon.
De bank kan de huurwaarborg ook terugbetalen als je een vonnis van de vrederechter hebt waarin staat wie de huurwaarborg krijgt.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Je moet de verhuurder ‘in gebreke’ stellen.
Dat betekent dat je een brief moet sturen naar de verhuurder waarin je officieel vraagt dat hij zijn akkoord geeft voor de terugbetaling van de huurwaarborg binnen een bepaalde periode (8 of 15 dagen). Je hebt voor de uitbetaling een document nodig dat ondertekend is door de verhuurder.
Reageert hij daar niet op? Dan moet je naar de vrederechter gaan. De rechter beslist of de huurwaarborg voor jou is of niet. Met de beslissing van de vrederechter ga je naar de bank, die de huurwaarborg dan aan jou zal uitbetalen en de rekening sluiten.
We bekijken enkel de procedure om de huurwaarborg terug te krijgen. Zonder de discussies over schade of achterstallige huur te bespreken.
1. De procedure starten
Je dient een verzoekschrift in bij de vrederechter. Daarin vraag je duidelijk dat jij wilt dat je de huurwaarborg krijgt.
De vrederechter van het gebied waar de gehuurde woning ligt is bevoegd. Dat kan je hier opzoeken.
Sommige vredegerechten hebben een model van zo'n verzoekschrift op hun website.
Je voegt daarbij een getuigschrift van de woonplaats van de verhuurder toe. Dat kan je vragen aan de gemeente waar de verhuurder woont. Vraag dat maximaal 15 dagen voor je het verzoek bij de vrederechter indient. In principe mag de gemeente je aanvraag niet weigeren.
Informeer bij de gemeente of je het online kunt aanvragen.
2. De procedure
Nadat je het verzoek hebt ingediend roept de vrederechter jullie op om naar de rechtbank te komen. De zitting is open voor het publiek. Hij of zij luistert naar jullie argumenten en beslist. Je moet geen advocaat nemen.
3. De beslissing
De rechter beslist wie recht heeft op de huurwaarborg. Als de huurwaarborg voor jou is, kan je met de beslissing van de rechter naar de bank gaan. De bank betaalt de huurwaarborg dan aan jou uit.
Ja. Dat kan.
Je dient een aanvraag in bij het OCMW van je gemeente.
Het OCMW onderzoekt of je aan de vorwoorden voldoet:
- je moet je gewoonlijke verblijfplaats in België hebben.
- je bent behoeftig. Dat betekent dat je moeilijk rond komt. Het OCMW voert een sociaal onderzoek uit naar je financiële, sociale en medische situatie.
- de hulp van het OCMW moet noodzakelijk zijn om een huurwaarborg te kunnen betalen. Om dat te controleren stelt het OCMW je verschillende vragen.
Het OCMW beslist normaal dat je behoeftig bent als je één van de volgende dingen niet meer zelf kan:
- je woning betalen;
- je eten betalen;
- je kleding betalen;
- je hygiënische zorgen betalen;
- een dokter betalen of beroep doen op andere gezondheidszorg.
Meestal moet je de hulp voor de huurwaarborg terugbetalen aan het OCMW. Je betaalt elke maand een beetje terug.
Opgelet! Het OCMW controleert ook of de huurprijs niet overdreven hoog is in vergelijking met je inkomen. Als de huurprijs buitensporig is, dan weigert het OCMW de hulp.
Als het OCMW weigert, kan je in beroep gaan bij de arbeidsrechtbank binnen de 3 maanden na de weigering. Meer info vind je in de fiche Wat kan je doen als je niet akkoord gaat met een beslissing van het OCMW over de huurwaarborg?
1. Huurwaarborglening Vlaams Woningfonds
Je kan een huurwaarborglening aanvragen bij het Vlaams Woningfonds. Dat kan alleen voor huurovereenkomsten afgesloten na 1 januari 2019.
Daarnaast moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen om een huurwaarborglening te kunnen krijgen:
- Je moet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters of op een referentieadres.
- Je geïndexeerde jaarinkomen mag niet hoger zijn dan een bepaalde grens. Die inkomensgrens hangt af van je gezinssituatie. Je vindt de bedragen op de website van het Vlaams Woningfonds.
- Je huurwoning moet in Vlaanderen liggen, dienen als hoofdverblijfplaats én mag geen sociale huurwoning zijn.
- Je mag geen eigenaar zijn van een woning of bouwgrond (of vruchtgebruik, opstalrecht of recht van erfpacht hebben). Ter info! Op die voorwaarde bestaan uitzonderingen, informeer best even bij het Vlaams Woningfonds.
- Je mag geen betalingsachterstand hebben bij andere leningen.
- Je mag de huurovereenkomst maximum 3 maanden voor de aanvraag van de lening hebben ondertekend.
Het bedrag van de lening hangt af van:
- waar de woning gelegen is;
- en hoeveel personen je ten laste hebt.
Het bedrag is maximum het bedrag van de huurwaarborg.
Je moet geen intrest betalen op de lening en geen dossierkosten. Je moet de lening binnen de 24 maanden terugbetalen. Je kan wel een verlenging van 6 maanden vragen.
Meer informatie over de voorwaarden en de aanvraag vind je op de website van het Vlaams Woningfonds.
2. Online huurwaarborg via BorgR
Je kan online een huurwaarborg aanvragen via Borgr als:
- je een woning huur in Vlaanderen of Brussel;
- hoofdverblijfplaats.
Zij schieten het bedrag dan voor.
Opgelet! Je moet het akkoord van je verhuurder hebben hiervoor.
Je betaalt wel een opstartkost van 267€.
Is er op het einde van de huur schade en krijgt de verhuurder een deel van de waarborg? Dan vraagt Borgr dat bedrag terug aan jou.Is er op het einde van de huur geen schade en geven jij en de verhuurder de waarborg volledig vrij? Dan houdt Borgr het geld.
Meer informatie over de voorwaarden en procedure vind je op de website van BorgR.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
- De huurder en de verhuurder moeten de plaatsbeschrijving opstellen binnen 1 maand nadat de huurder is ingetrokken in de woning.
Dat moet gebeuren wanneer de woning nog leeg staat of tijdens de 1ste maand van de verhuring. Je moet de plaatsbeschrijving toevoegen aan de huurovereenkomst en de verhuurder moet ze mee registeren.
Als de huurder of de verhuurder niet ingaat op de vraag om een plaatsbeschrijving op te maken, kan de ander aan de vrederechter vragen om een deskundige aan te stellen.
- Je moet de plaatsbeschrijving schriftelijk opstellen. Jullie moeten het document ondertekenen en de datum van de plaatsbeschrijving toevoegen.
- Je moet de plaatsbeschrijving op tegenspraak opstellen. Dat betekent dat jullie allebei, of jullie vertegenwoordigers, aanwezig moeten zijn.
Jullie kunnen zelf een plaatsbeschrijving maken. Jullie kunnen er ook voor kiezen om samen een expert aan te stellen die de plaatsbeschrijving maakt. Als jullie het niet eens geraken over de plaatsbeschrijving stelt de rechter een expert aan.
- De plaatsbeschrijving moet gedetailleerd zijn.
De plaatsbeschrijving moet alles zo nauwkeurig mogelijk vermelden. Vermelden in de huurovereenkomst dat de woning in goede staat is, is geen plaatsbeschrijving. Een volledige plaatsbeschrijving bevat minimaal:
- een inventaris van alle kamers;
- een inventaris van alles wat aanwezig is in de woning;
- en een beschrijving van de toestand van alle kamers en inhoud.
- De kosten van de plaatsbeschrijving delen de huurder en verhuurder.
- Je moet de plaatsbeschrijving opstellen in 3 exemplaren.
1 voor elke partij, dus 1 voor de huurder en 1 voor de verhuurder. Een 3de kopie moet je toevoegen aan de huurovereenkomst voor de registratie.
- Je voegt de plaatsbeschrijving toe aan de huurovereenkomst als bijlage.
- Je moet de plaatsbeschrijving laten registreren.
- Op het einde van de huurovereenkomst moet je opnieuw een plaatsbeschrijving opmaken.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
De plaatsbeschrijving moet opgesteld worden op tegenspraak, dat betekent met een akkoord van de huurder en de verhuurder.
- Hebben jullie de plaatsbeschrijving zelf opgesteld?
Dan kan je weigeren om het document te ondertekenen als je niet akkoord gaat.
Het staat je vrij om wijzigingen voor te stellen of aan de andere te vragen om een deskundige aan te stellen. Die kan op een onafhankelijke manier de plaatsbeschrijving opstellen.
Sommige verhuurders stellen een standaardformulier op dat geldt als plaatsbeschrijving. De huurder kan dan alleen maar handtekenen, zonder zelf wijzigingen voor te stellen. Dat mag niet! Je kan via een aangetekende brief al je opmerkingen naar de verhuurder sturen.
Je kan aan de vrederechter vragen om een deskundige aan te stellen, als jullie het niet eens geraken over de plaatsbeschrijving.
- Hebben jullie samen een deskundige aangewezen die de plaatsbeschrijving opstelt?
Je kan een nieuwe deskundige voorstellen als je twijfelt aan de onafhankelijkheid van de deskundige die door de andere werd voorgesteld.
Als je niet akkoord gaat met wat de deskundige heeft opgesteld kan je hem een lijst met je opmerkingen doorsturen. Hij moet die dan verwerken in de plaatsbeschrijving. Doet hij dat niet? Dan kan je vragen of de vrederechter een andere deskundige aanwijst die een nieuwe plaatsbeschrijving opstelt.
- Ga je akkoord met de plaatsbeschrijving op het einde van de huurovereenkomst, maar niet met het bedrag dat je moet betalen voor de schade?
Je kan aan de verhuurder vragen of hij bewijzen laat zien van de reparaties die hij moet doen. Je kan hem vragen om de prijs van de herstellingen te verlagen of voorstellen om ze zelf uit te voeren.
Als jullie het niet eens geraken kan je de vrederechter vragen om tussen te komen. Je moet hem dan bewijzen voorleggen die aantonen dat het bedrag te hoog geschat is.
De plaatsbeschrijving is belangrijk om de toestand van de woning te bewijzen. Daarom moet er een plaatsbeschrijving zijn aan het begin van de huur en op het einde van de huur. Zonder plaatsbeschrijving kan de verhuurder moeilijk bewijzen dat de huurder schade veroorzaakte.
Wat als er geen plaatsbeschrijving is bij het begin?
Je kan weinig doen. Er is geen bewijs van de toestand van de woning voor de huurder daar ging wonen. Dat kan je nadien niet meer oplossen.
- Ben je verhuurder en is er schade door de huurder?
Dan kan je proberen de begintoestand te bewijzen op een andere manier, bijvoorbeeld met gedateerde foto's. De kans is groot dat je niet kan bewijzen dat die schade door de huurder komt.
- Ben je huurder?
Dan kan de verhuurder de eventuele schade aan de woning moeilijk bewijzen.
Geen eindplaatsbeschrijving
De huurder moet de woning teruggeven in dezelfde toestand als aan het begin van de huur. Ouderdom en slijtage tellen niet mee.
- Ben je huurder?
Je kan nog altijd een plaatsbeschrijving maken met je verhuurder of met een expert. Een plaatsbeschrijving is in je eigen voordeel. Anders kan je niet bewijzen dat je de woning in goede staat hebt achtergelaten. Dan kan de verhuurder je schade aanrekenen en is er misschien discussie over de teruggave van de huurwaarborg.
- Ben je verhuurder?
Ook dan kan je nog een plaatsbeschrijving maken met je huurder of met een expert. Als er schade is en je wilt die kosten aftrekken van de huurwaarborg, moet je dat kunnen bewijzen. Als er geen schade is en je bent akkoord om de huurwaarborg terug te geven, hoef je niets te doen.
Bij discussie moet de verhuurder of huurder een procedure starten bij de vrederechter. Je kan altijd eerst een gratis verzoening proberen bij de vrederechter.
De huurder staat in voor:
- kleine herstellingen aan de woning;
- herstellingen die nodig zijn door het verkeerd gebruik of slecht onderhoud door de huurder;
- herstellingen die nodig zijn omdat de huurder zijn meldingsplicht niet is nagekomen (tenzij die kan aantonen dat de verhuurder toch op de hoogte was van de nodige herstellingen);
- onderhoud en reinigen van de woning.
Voor huurovereenkomsten gesloten na 1 januari 2019 bestaat er een gedetailleerde lijst (vanaf p. 81) van kleine herstellingen.
Je vindt ook een gedetailleerde beschrijving in de brochure 'Ziezo!...Handig boekje voor huurders: herstellingen en onderhoud van de woning':
- onder documenten;
- op de website van Wonen Vlaanderen.
Die kleine herstellingen houden onder andere in: het gras maaien, gebroken glas vervangen, kapotte stopcontacten vervangen of herstellen, …
Daarvan kan afgeweken worden in het voordeel van de huurder.
De grote herstellingen zijn voor de verhuurder.
Dat zijn alle herstellingen die niet voor de huurder zijn.
Herstellingen van slijtage door ouderdom of schade door overmacht zijn ook voor de verhuurder.
Je vindt onderaan bij documenten een schema en een brochure met meer uitleg.
Dat kan in bepaalde gevallen.
1. Herstelling voor de verhuurder?
Kijk eerst na wie de werken moet uitvoeren. Zijn de herstellingen voor de verhuurder? Dan kan je verdere stappen nemen.
Onderaan vind je bij documenten je een schema en een brochure.
2. Verwittig eerst de verhuurder
Als de verhuurder de werken moet uitvoeren dan moet je die eerst verwittigen.
3. Zijn de werken dringend?
- De werken zijn niet dringend: dan mag je de werken niet zelf uitvoeren.
Enkel als de verhuurder toestemming geeft, kan je de werken zelf doen. Vraag een schriftelijke toestemming. Nog beter is om op papier te hebben dat jij de werken uitvoert en de verhuurder ze zal betalen.
Als je nog geen toestemming hebt:
- Stuur de verhuurder een ingebrekestelling via aangetekende brief. Vraag om de werken zo snel mogelijk uit te voeren;
- Reageert die niet? Vraag aan vakman voor een offerte met een raming van de kosten. Zo is duidelijk wat er moet gebeuren;
- Verwittig de verhuurder van je conclusie;
- Start een procedure bij de vrederechter. Vraag om de verhuurder te dwingen de werken moet uit te voeren.
Je kan een model van een verzoekschrift krijgen bij de griffie van het vredegerecht.
- De werken zijn dringend: je kan de werken uitvoeren in de plaats van de verhuurder als:
- de werken dringend en noodzakelijk zijn;
- en de verhuurder
onbereikbaaris.eerder de verhuurder weigert ze uit te voeren.
De verhuurder moet je daarna de kosten van de werken terugbetalen.
Je kan je alleen beroepen op die uitzondering in uitzonderlijke gevallen. Alle voorwaarden (welke voorwaarden??) moeten voldaan zijn. Houd ook je bewijzen bij.
Neen. Je kan je nooit zelf beslissen om de overeenkomst te verbreken.
Je kan wel:
- de huurovereenkomst verbreken in onderling akkoord met de verhuurder;
OF - een procedure starten bij de vrederechter. Als je geen akkoord vindt met de verhuurder.
Je vraagt dan de ontbinding van de overeenkomst door de fout van de verhuurder.
De rechter luistert zowel naar jouw argumenten als die van de verhuurder. Daarna beslist die wat de meeste gepaste oplossing is. Dat is niet altijd de beëindiging van de huurovereenkomst! De rechter kan bijvoorbeeld de verhuurder verplichten om de werken uit te voeren, een huurprijsvermindering toestaan, enz.
In principe niet.
Je bent als huurder verplicht om de huur te betalen. Als je de huur niet betaalt, is dat een contractuele fout. De verhuurder kan aan de vrederechter vragen om de huurovereenkomst stop te zetten.
Wat kan je wel doen?
- Kijk eerst na of het gaat om werken die de verhuurder moet uitvoeren. Je vindt onderaan deze fiche 2 brochures:
- een brochure over herstellingen met meer uitleg over welke herstelling voor wie is;
- een brochure over het Vlaams Woninghuurdecreet. Op pagina 42 staat een een lijst van kleine herstellingen. Die zijn allemaal voor de huurder.
- Moet de verhuurder de herstelling doen? Stuur dan een aangetekende brief:
- vermeld dat de brief een ingebrekestelling is;
- vermeld welke schade er is en voeg foto's toe;
- vermeld welke werken die moet uitvoeren;
- voeg een redelijke termijn toe wanneer de werken moeten gestart zijn, bijvoorbeeld 2 of 3 weken;
- vermeld dat als de verhuurder de werken niet uitvoert binnen die termijn je minder huur betaalt tot de werken klaar zijn;
- vermeld hoeveel je minder zal betalen elke maand.
Opgelet! Het bedrag dat je minder betaalt, moet in verhouding zijn met de ruimtes die je niet meer (goed) kan gebruiken. Motiveer dat in je brief.
Bijvoorbeeld:
Je woning bestaat uit 5 delen. In de badkamer is een waterlek en daardoor waterschade en schimmel. Dat is 1 van de 5 delen die je niet kan gebruiken. Dus je kan een vermindering van 1/5de van de huur toepassen.
Je vindt een modelbrief om aan de verhuurder te vragen om dringende werken uit te voeren onder 'Documenten' onderaan.
- Wacht op de reactie van de verhuurder.
Is de verhuurder na de termijn in je aangetekende brief nog niet gestart met de werken of is er geen onderling akkoord. Stuur je verhuurder opnieuw een aangetekende brief, laat weten dat je vanaf nu minder huur zal betalen.
Opgelet! Zet het geld op een aparte rekening, zodat je kan laten zien dat je het wel wil betalen als de verhuurder de herstellingen doet.
- Reageert de verhuurder nog steeds niet? Dan kan je een een procedure starten bij de vrederechter.
Een standaardhuurovereenkomst wordt gesloten voor 9 jaar.
Een huurovereenkomst van korte duur is voor 3 jaar of minder.
Je kan de overeenkomst 1 keer verlengen, onder dezelfde voorwaarden. De verlenging moet altijd schriftelijk gebeuren én de totale duur mag niet langer worden dan 3 jaar.
De verlenging moet niet noodzakelijk voor dezelfde duur zijn als de oorspronkelijke huurovereenkomst. Een overeenkomst van een jaar kan je bijvoorbeeld verlengen met een periode van 2 jaar, zolang het totaal niet meer dan 3 jaar is.
Opgepast, je huurovereenkomst wordt een overeenkomst van 9 jaar als:
- je 2 huurovereenkomsten hebt ondertekend en de totale duur langer is dan 3 jaar;
- de oorspronkelijke huurovereenkomst 1 keer stilzwijgend werd verlengd en de totale duur langer is dan 3 jaar;
- je meer dan 2 opeenvolgende huurovereenkomsten hebt ondertekend;
- de oorspronkelijke huurovereenkomst meer dan 1 keer stilzwijgend werd verlengd;
- je in de gehuurde woning bent blijven wonen na het einde van de overeenkomst zonder dat je een nieuwe overeenkomst hebt getekend. In de oorspronkelijke overeenkomst staat niets over een verlenging en de verhuurder maakt er geen probleem van dat je in de gehuurde woning blijft.
Ja, maar er zijn grenzen.
De volgende voorwaarden moeten vervuld zijn:
- je moet de verlenging schriftelijk bevestigen;
- je mag maximum 2 opeenvolgende huurovereenkomsten hebben;
- de 2de huurovereenkomst moet dezelfde voorwaarden bevatten als de oorspronkelijke huurovereenkomst;
de duur van de 2de overeenkomst mag wel verschillen (bijvoorbeeld eerst 1 jaar, daarna 2 jaar); - de totale duur van de huurovereenkomsten mag niet langer zijn dan 3 jaar.
Normaal gezien moet je een verlenging schriftelijk aanvragen, maar er is een uitzondering. Een rechter aanvaardt meestal ook de verlenging als in de oorspronkelijke huurovereenkomst staat dat jij en de verhuurder akkoord gaan met een automatische verlenging.
Opgelet! Als niet alle voorwaarden voldaan zijn, dan krijg je door de verlenging een huurovereenkomst van 9 jaar. De 9 jaar begint te lopen vanaf het begin van de 1ste overeenkomst.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
De korte huurovereenkomst eindigt niet automatisch.
Werd de huurovereenkomst volgens de regels opgezegd?
- Ja, dan kan de verhuurder aan de vrederechter vragen om je uit de woning zetten.
Je vindt meer informatie onder 'Uithuiszetting'. - Nee, dan blijft de huurovereenkomst verder lopen onder dezelfde voorwaarden. De overeenkomst wordt dan automatisch een overeenkomst van 9 jaar. Die 9 jaar telt vanaf de begindatum van de huurovereenkomst. De regels van een 9-jarige huurovereenkomst zijn dus vanaf dan van toepassing.
Opgelet! De korte huurovereenkomst blijft ook verder lopen als:
- Er een geldige opzeg gebeurde maar de verhuurder zich er niet tegen verzet dat je in de woning blijft;
- Ze verlengd wordt.
Je vindt meer informatie in de fiche ‘Kan je meerdere opeenvolgende huurovereenkomsten van korte duur sluiten?’.
Er staat daarover niets in de Vlaamse regelgeving. Dat betekent dat jij en de verhuurder vrij zijn om de manier van opzeggen vast te leggen in de huurovereenkomst.
Je geeft de opzeg best via een aangetekende brief. Zo ben je zeker dat de verhuurder je opzeg heeft ontvangen en kan je bewijzen wanneer je je opzeg verstuurd hebt. Je moet geen reden geven waarom je opzegt.
Onder 'Documenten' onderaan vind je verschillende modellen om de huurovereenkomst op te zeggen, afhankelijk van de situatie.
Er staat daarover niets in de Vlaamse regelgeving. Dat betekent dat jij en de verhuurder vrij zijn om de manier van opzeggen vast te leggen in de huurovereenkomst.
Je geeft de opzeg best via een aangetekende brief. Zo ben je zeker dat de verhuurder je opzeg heeft ontvangen en kan je bewijzen wanneer je je opzeg verstuurd hebt. Je moet geen reden geven waarom je opzegt.
Onder 'Documenten' onderaan vind je verschillende modellen om de huurovereenkomst op te zeggen, afhankelijk van de situatie.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Dat hangt af van de begindatum van de huurovereenkomst.
- Heb je een huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019?
Dan kan je je huurovereenkomst alleen beëindigen op de einddatum, niet vroeger. Je moet de verhuurder tenminste drie maanden op voorhand verwittigen.
Je kan met de verhuurder wel een andere regeling afspreken in de huurovereenkomst.
- Heb je een huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019?
Dan kan je de huurovereenkomst opzeggen op eender welk moment. Je moet de verhuurder minstens drie maanden op voorhand verwittigen én een opzegvergoeding betalen.
Die opzegvergoeding is gelijk aan:- 1,5 maand huur als je opzegt tijdens het 1ste jaar;
- 1 maand huur als je opzegt tijdens het 2de jaar;
- een halve maand huur als je opzegt tijdens het 3de jaar.
Je vindt een modelbrief om de huurovereenkomst vroegtijdig te beëindigen onder 'Documenten' onderaan.
Je moet de opzegvergoeding betalen op het einde van de huurovereenkomst.
Als de verhuurder de huurovereenkomst niet heeft geregistreerd, kan je opzeggen zonder opzegtermijn of opzegvergoeding. De huurovereenkomst stopt dan op de 1ste dag van de eerstvolgende maand.
Hier vind je het schema 'Huurder: je wil voor het einde van de huurovereenkomst vertrekken?'.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Je geeft de opzeg best via een aangetekende brief. Zo kan je bewijzen wanneer je de opzeg verstuurd hebt en wanneer de opzegtermijn begint. Je moet geen reden geven waarom je opzegt.
De Vlaamse wetgeving zegt niets over de manier om de huur op te zeggen. Dat betekent dat jij en de verhuurder vrij zijn om de manier van opzeggen vast te leggen in de huurovereenkomst.
Onder 'Documenten' onderaan vind je verschillende modellen om de huurovereenkomst op te zeggen, afhankelijk van de situatie.
De huurder en de verhuurder kunnen op elk moment samen beslissen om de huurovereenkomst stop te zetten.
Je moet dat op papier zetten. Zo vermijd je discussies.
- Vermeld het volgende in het document:
- de datum waarop jullie die beslissing hebben gemaakt;
- de datum van het einde van de huurovereenkomst;
- de datum waarop de nieuwe plaatsbeschrijving plaatsvindt;
- de datum waarop de huurder de huurwaarborg terugkrijgt;
- of er een vergoeding betaald moet worden aan de huurder of de verhuurder.
- Onderteken beide het document.
Als jullie allebei jullie verplichtingen hebben nageleefd op het moment van het ondertekenen van dat document en de woning in goede staat is, schrijf dan ook op dat ‘de partijen geen verplichtingen meer hebben tegenover elkaar’.
- Maak het document in 2 exemplaren op zodat jij en de verhuurder elk een eigen document hebben.
Neen.
De huurovereenkomst eindigt wanneer er op tijd een opzeg gebeurt. Als niemand opzegt, wordt de overeenkomst onder dezelfde voorwaarden telkens verlengd met 3 jaar.
- de verhuurder moet de opzeg minstens 6 maanden voor de einddatum van de overeenkomst doen.
- de huurder moet dat minstens 3 maanden voor de einddatum doen.
Meer info over de opzeg vind je onder ‘Hoe moet je de huurovereenkomst opzeggen?’.
Als zowel de verhuurder als de huurder de overeenkomst niet op tijd opzegt, dan wordt de overeenkomst onder dezelfde voorwaarden verlengd met 3 jaar.
Als huurder kan je op elk moment opzeggen: zonder reden en met een opzegtermijn van minstens 3 maanden.
Als verhuurder moet je 6 maanden voor de nieuwe einddatum opzeggen. Je moet geen opzeggingsvergoeding betalen.
Heeft de verhuurder de huur correct opgezegd maar vind je niet op tijd een andere woning?
Dan kan je vragen om langer te blijven wonen. Dat heet een verlenging door buitengewone omstandigheden. Je stuurt dan een brief naar je verhuurder maar die hoeft niet akkoord te gaan. Je vindt een modelbrief onderaan bij 'Documenten'.
Dat hangt af van de datum waarop je de overeenkomst kan beëindigen.
- Gaat het om een beëindiging op een precieze datum? De opzegtermijn begint te lopen vanaf de ontvangst van de opzeg door de verhuurder.
Als je de opzegbrief te laat verstuurt dan is die niet geldig. Dus de huurovereenkomst eindigt niet.
Alleen als de verhuurder de opzegbrief toch aanvaardt en akkoord gaat met de kortere opzegtermijn is de opzeg wel geldig.
- Kan je de datum van de beëindiging vrij kan kiezen? De opzegtermijn begint te lopen op de 1ste dag van de maand na de ontvangst van de opzegbrief.
Als je de opzegbrief te laat verstuurt kan die wel geldig zijn. Maar de opzegtermijn begint dan te lopen vanaf de volgende maand.Bijvoorbeeld: je stuurt een opzegbrief op 3 april waarin je zegt dat de opzegtermijn begint te lopen op 1 april. Daarvoor is je brief te laat verzonden. De opzegtermijn begint dan te lopen op 1 mei, de 1ste dag van de maand na de ontvangst van de opzegbrief.
Ja, maar enkel in bepaalde gevallen:
- Zonder een reden te geven.
Je kan als verhuurder enkel opzeggen zonder reden bij het verstrijken van de 1ste en de 2de driejarige periode.
Je moet dat 6 maanden op voorhand laten weten aan de huurder.
Daarnaast moet je ook een vergoeding betalen van:
- 6 maanden huur wanneer je de overeenkomst beëindigt op het einde van de 2de driejarige periode
- 9 maanden huur wanneer je dit doet bij het einde van de 1de driejarige periode
- Om grondige renovatiewerken uit te voeren.
- Als je je huurovereenkomst hebt afgesloten na 1 januari 2019: je kan als verhuurder op elk moment de huurovereenkomst beëindigen om grote renovatiewerken uit te voeren. Je moet de huurder 6 maanden op voorhand verwittigen.
Opgelet: wanneer je een opzeg doet tijdens de 1ste driejarige periode, dan kan de opzegtermijn pas aflopen samen met de 1ste driejarige periode. De huurovereenkomst kan niet eindigen voor de 1ste driejarige periode verstreken is.
- Als je je huurovereenkomst hebt afgesloten vóór 1 januari 2019: je kan voor grote renovatiewerken enkel opzeggen bij het verstrijken van elke driejarige periode.
Je moet de huurder 6 maanden op voorhand verwittigen.
Meer info vind je op de fiche 'Kan je de huurovereenkomst beëindigen omdat je werken wil uitvoeren in de woning?'.
Voorbeelden:
- Je sluit een huurovereenkomst op 1 augustus 2019 voor 9 jaar. De huurovereenkomst eindigt normaal op 31 juli 2028. In juli 2020 wil je grondige renovatiewerken uitvoeren in de woning. Normaal gezien moet je de huurder 6 maanden op voorhand verwittigen, maar omdat hier de 1ste driejarige periode nog loopt, moet je langer dan 6 maanden wachten. Als je een opzeg doet op 1 januari 2020 zal deze pas eindigen op 31 juli 2022. Vanaf 1 augustus 2022 kan je de grondige renovatiewerken uitvoeren.
- Je sluit een huurovereenkomst op 1 augustus 2019 voor 9 jaar. De huurovereenkomst eindigt normaal gezien op 31 juli 2028. Op 1 augustus 2025 wil je grondige renovatiewerken uitvoeren. Je moet de huurder minstens 6 maanden op voorhand verwittigen. Hij moet ten laatste op de hoogte zijn op 31 januari 2025. Je stuurt enkele dagen voor 31 januari 2025 de opzeg. De opzegperiode en de huurovereenkomst eindigen dan op 31 juli 2025.
- Om zelf in de woning te trekken
Je kan als verhuurder daarvoor op elk moment de huurovereenkomst beëindigen. Je moet de huurder minstens 6 maanden op voorhand verwittigen.
- Om een familielid in de woning te laten wonen
Je kan als verhuurder ten vroegste op het einde van de 1ste driejarige periode de huurovereenkomst beëindigen.
Je moet de huurder minstens 6 maanden op voorhand verwittigen.
- De ontbinding via de vrederechter
Je kan aan de vrederechter vragen om de huurovereenkomst te beëindigen. Je kan dat enkel vragen als de huurder zijn verplichtingen niet naleeft (bijvoorbeeld wanneer hij de huur niet betaalt).
Meer informatie vind je op de fiche ‘Wanneer kan de vrederechter beslissen om de huurovereenkomst te beëindigen?’.
- In onderling akkoord met de huurder
Je kan op elk moment onderling met de huurder overeenkomen om de huurovereenkomst te beëindigen.
Meer informatie vind je op de fiche ‘Hoe kan je de huurovereenkomst beëindigen bij onderling akkoord?’.
Ja, maar dat kan maar op 2 momenten:
- bij het einde van de 1ste driejarige periode (na 3 jaar);
- en bij het einde van de 2de driejarige periode (na 6 jaar).
Je moet een opzegtermijn van 6 maanden geven aan de huurder. Je moet ook een vergoeding betalen:
- 9 maanden huur als je de opzeg geeft op het einde van de 1ste driejarige periode;
- 6 maanden huur als je de opzeg geeft op het einde van de 2de driejarige periode.
Je betaalt de opzegvergoeding op het einde van de huur en niet op het moment van de opzeg.
Je vindt een modelbrief om de huurovereenkomst als verhuurder vroegtijdig te beëindigen zonder reden onder 'Documenten' onderaan.
Als er niets anders in je huurovereenkomst staat, kan je de huurovereenkomst op elk moment opzeggen om er zelf in te gaan wonen.
Je moet een opzeggingstermijn van minstens 6 maanden voorzien. Opgelet: de opzeggingstermijn begint pas op de eerste dag van de maand nadat de huurder de opzeg heeft ontvangen.
De opzeg vermeldt:
- de reden van je opzeg (zelf in de woning gaan wonen);
- wie de woning gaat gebruiken. Je vermeldt daarbij de identiteit van de persoon en de band van verwantschap (hier jezelf).
Als de opzeg dat niet vermeldt, dan is hij niet geldig. Je moet dan een nieuwe opzeg doen. De termijn begint pas van zodra de huurder de nieuwe opzeg heeft ontvangen.
Je vindt een modelbrief om de huurovereenkomst als verhuurder te beëindigen voor eigen gebruik onder 'Documenten' onderaan de pagina.
Na de beëindiging van de huur moet je voldoen aan twee bijkomende voorwaarden:
- je moet in de woning gaan wonen binnen het jaar na het einde van de opzegtermijn. Als de huurder langer in de woning blijft na het einde van de opzegtermijn, dan begint het jaar pas wanneer de huurder de woning verlaten heeft.
- je moet er minstens 2 jaar na elkaar wonen.
Als je die voorwaarden niet naleeft, kan de huurder een vergoeding van 18 maanden huur vragen.
Je moet die vergoeding niet betalen wanneer er ‘buitengewone omstandigheden’ zijn.
Dat is onder andere:
- een belangrijke reden waardoor je je plannen niet kan uitvoeren;
- een omstandigheid die je niet kon voorzien op het moment van de opzeg.
Bijvoorbeeld: je krijgt een ernstige ziekte waardoor je niet meer alleen kan wonen. Als je huurder je redenen niet aanvaardt, dan moet de vrederechter beslissen of de redenen ‘buitengewone omstandigheden’ zijn.
Dat kan alleen als je deze opzegmogelijkheid niet uitgesloten hebt in de huurovereenkomst. Als je dat niet deed, moet je kijken naar de begindatum van de huur, want die bepaalt of en wanneer je kan opzeggen.
1. Wanneer?
- Heb je je huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019? Dan kan je de huurovereenkomst op elk moment opzeggen om er een familielid te laten wonen. Je moet een opzeggingstermijn van minstens 6 maanden naleven. De opzeggingstermijn start vanaf de 1ste dag van de maand nadat de huurder de opzeg ontvangt.
Opgelet! Voor familieleden in de 3de graad (ooms, tantes, neven en nichten) kan je de huurovereenkomst niet beëindigen tijdens de 1ste 3 jaar. De opzeggingstermijn van 6 maanden kan pas stoppen op het einde van de 1ste 3 jaar.
- Heb je je huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019? Dan kan je de huurovereenkomst niet beëindigen tijdens de 1ste 3 jaar. De opzeggingstermijn kan pas stoppen op het einde van de 1ste 3 jaar. De opzeggingstermijn is 6 maanden.
2. Welke familieleden?
- Je echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner
- Je kinderen, kleinkinderen of geadopteerde kinderen en de kinderen van de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner
- Je vader, moeder, grootouders en die van je echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner
- Je broers, zussen, ooms, tantes, neven, nichten en die van je echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner
3. Wat staat er in de opzegbrief?
De opzeg vermeldt:
- de reden van je opzeg: namelijk familieleden die er gaan wonen;
- de identiteit van het familielid die in de woning gaat wonen.
Vermeldt de opzeg dat niet? Dan is die niet geldig. Je moet dan een nieuwe opzeg doen.
Je vindt een modelbrief om de huurovereenkomst als verhuurder te beëindigen voor eigen gebruik onder 'Documenten' onderaan.
4. Verplichtingen na het einde van de huur
Nadat de huur is beëindigd, moet je ook zorgen dat:
- je familielid in de woning gaat wonen binnen het jaar na het einde van de opzegtermijn. Blijft de huurder langer in de woning na het einde van de opzegtermijn? Dan begint het jaar pas wanneer de huurder de woning verlaten heeft.
- je familielid de woning minstens 2 jaar na elkaar bewoont.
Als dat niet gebeurt kan de huurder je een schadevergoeding van 18 maanden huur vragen.
Je moet die vergoeding niet betalen als er ‘buitengewone omstandigheden’ zijn zoals:
- een belangrijke reden waardoor je familielid zijn/haar plannen niet kan uitvoeren;
- een omstandigheid die zich voordoet buiten je/hun wil;
- een omstandigheid die je niet kon voorzien op het moment van de opzeg.
Bijvoorbeeld: Je vader krijgt een ernstige ziekte waardoor hij niet meer alleen kan wonen. Als je huurder je redenen niet aanvaardt, dan moet je naar de vrederechter. Die beslist of het buitengewone omstandigheden zijn.
Er staat daarover niets in de Vlaamse regelgeving. Dat betekent dat jij en de verhuurder vrij zijn om de manier van opzeggen vast te leggen in de huurovereenkomst.
Je geeft de opzeg best via een aangetekende brief. Zo ben je zeker dat de verhuurder je opzeg heeft ontvangen en kan je bewijzen wanneer je je opzeg verstuurd hebt. Je moet geen reden geven waarom je opzegt.
Onder 'Documenten' onderaan vind je verschillende modellen om de huurovereenkomst op te zeggen, afhankelijk van de situatie.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Als je de huurovereenkomst hebt beëindigd
- voor eigen gebruik of
- voor grondige renovatiewerken of
- zonder reden op te geven,
dan kan de huurder een tegenopzeg doen.
Dit betekent dat hij verklaart dat hij de overeenkomst zelf vroeger wil beëindigen. Hij moet een opzegtermijn van 1 maand naleven. Die begint de 1ste dag van de maand nadat de verhuurder de tegenopzeg ontvangen heeft en eindigt op de laatste dag van die maand.
De huurder moet je geen vergoeding betalen. Ook niet wanneer de opzeg gebeurt tijdens de 1ste 3 jaar van de huurovereenkomst.
Wanneer je huurder een tegenopzeg doet, moet jij nog steeds de motivering en de voorwaarden naleven van je opzeg.
Je vindt een modelbrief om als huurder een tegenopzeg te doen onder 'Documenten' bovenaan.
De huurder en de verhuurder kunnen op elk moment samen beslissen om de huurovereenkomst stop te zetten.
Je moet dat op papier zetten. Zo is er bewijs van jullie akkoord en vermijd je discussies.
- Vermeld het volgende in het document:
- de datum waarop jullie die beslissing hebben gemaakt;
- de datum van het einde van de huurovereenkomst;
- de datum waarop de nieuwe plaatsbeschrijving plaatsvindt;
- de datum waarop de huurder de huurwaarborg terugkrijgt;
- of er een vergoeding betaald moet worden aan de huurder of de verhuurder.
- Onderteken beide het papier.
Hebben jullie beiden jullie verplichtingen nageleefd op het moment dat je dat document ondertekent? En is de woning in goede staat?
Schrijf dan ook op dat ‘de partijen geen verplichtingen meer hebben tegenover elkaar’.
- Maak het document in 2 exemplaren op zodat jij en de verhuurder elk een eigen document hebben.
Je vindt een modelovereenkomst om de huur bij onderling akkoord te beëindigen onder 'Documenten' onderaan de pagina.
Dat hangt ervan af: wanneer werd de huurovereenkomst gesloten?
1. Werd de huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019?
Dan eindigt de huurovereenkomst automatisch 2 maanden na het overlijden van de huurder. De erfgenamen kunnen binnen die termijn verklaren dat ze de huurovereenkomst willen verderzetten.
Reageren de erfgenamen niet of laten ze weten dat ze de overeenkomst willen beëindigen? Dan eindigt de overeenkomst na die 2 maanden. De verhuurder heeft dan recht op een vergoeding van 1 maand huur.
Heeft de huurder geen erfgenamen? Dan zal de gehuurde woning na 2 maanden nog niet leeggemaakt zijn. Dan moet de verhuurder aan de rechtbank vragen om een curator aan te stellen. Dat is een persoon die de bezittingen van de huurder beheert na diens dood en alle lopende verbintenissen afrondt. De curator verkoopt meestal de inhoud van de gehuurde woning en betaalt daarmee de verhuurder.
2. Werd de huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019?
Dan eindigt de huurovereenkomst niet automatisch.
Daardoor:
- worden de erfgenamen van de overleden huurder zelf huurders. Zij moeten dus de huur betalen en de gehuurde woning onderhouden.
- moeten de erfgenamen rekening houden met de opzegtermijn en opzegvergoeding als ze de huurovereenkomst willen stopzetten.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
De huurwaarborg komt niet automatisch vrij als de huurder overlijdt.
1. Als de huurder erfgenamen heeft
Willen de erfgenamen de huurwaarborg vrij krijgen?
Dan moeten ze na het einde van de huurovereenkomst een aantal documenten naar de bank brengen:
- een formulier dat ondertekend is door de verhuurder en de erfgenamen zelf;
- een overlijdensattest van de gemeente;
- een attest van erfopvolging.
Opgelet:
- Werd de huurovereenkomst afgesloten na 1 januari 2019? Dan eindigt ze automatisch 2 maanden na het overlijden van de huurder. Tenzij de erfgenamen anders laten weten;
- Werd de huurovereenkomst afgesloten vóór 1 januari 2019? Dan zetten de erfgenamen de huurovereenkomst verder. Ze moeten de regels voor de opzegtermijn en -vergoeding naleven. om de overeenkomst te kunnen beëindigen.
2. Als de huurder geen erfgenamen heeft
De verhuurder kan aan de rechter vragen om een curator aan te stellen. De curator is een persoon die de bezittingen van de huurder beheert na diens dood en alle lopende verbintenissen afrondt.
Is er discussie is over wie recht heeft op de huurwaarborg, de verhuurder of de erfenis van de huurder? Dan beslist de vrederechter.
Dat hangt ervan af wanneer de huurovereenkomst werd gesloten.
1. Werd de huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019?
De verhuurder mag de woning niet zelf leegmaken. Hij kan aan de vrederechter vragen om een curator aan te stellen, na 2 maanden vanaf het overlijden van de huurder. De curator is een persoon die de bezittingen van de huurder beheert na diens dood en alle lopende verbintenissen afrondt.
Dit kan alleen als er geen erfgenamen zijn of als ze de erfenis niet aanvaarden.
De vrederechter maakt een plaatsbeschrijving op van de inhoud van de gehuurde woning. Hij geeft die aan de curator die de inhoud verkoopt. Met de opbrengst betaalt de curator de verhuurder. Die heeft recht op een vergoeding van 1 maand huur.
Heeft de huurder wel erfgenamen die de erfenis aanvaarden? Dan kan de vrederechter geen curator aanstellen. De taak van de curator stopt als de erfgenamen zich later bekend maken.
2. Werd de huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019?
De verhuurder mag hier ook de woning niet zelf leegmaken. Zijn er geen erfgenamen of aanvaarden zij de erfenis niet? Dan kan de verhuurder bij de rechtbank van eerste aanleg vragen om een curator aan te stellen.
De curator beslist over het verdere verloop van de huurovereenkomst.
Zijn er wel erfgenamen? Dan loopt de huurovereenkomst gewoon verder.
Een uithuiszetting kan enkel als de verhuurder een vonnis heeft van de vrederechter dat de huurovereenkomst beëindigt en de uithuizetting beveelt (= uitvoerbare titel).
1. Procedure bij de vrederechter
- De verhuurder moet toestemming voor een uithuiszetting vragen aan de vrederechter van het kanton van de plaats waar de woning ligt.
De verhuurder kan dat vragen:
- via een verzoekschrift of;
- via een gezamenlijk verzoekschrift of;
- via een vrijwillige verschijning of;
- via een dagvaarding.
Een verzoekschrift is goedkoper dan een dagvaarding.
- De huurder en de verhuurder worden opgeroepen door de vrederechter.
De rechter probeert hen eerst te verzoenen en hen zelf een oplossing te laten vinden. Als dat niet lukt, neemt de rechter zelf een beslissing in een vonnis. Soms beslist de rechter dat een uithuiszetting nodig is. Dat is vaak het geval wanneer de huurder minstens 2 keer de huur niet betaalde.
- De verhuurder moet het vonnis van de vrederechter laten betekenen door een gerechtsdeurwaarder. Hierdoor is de huurder officieel op de hoogte gebracht van het vonnis en kan de verhuurder het vonnis laten uitvoeren.
- 1 maand na de betekening (of een kortere termijn die in het vonnis staat) gaat de gerechtsdeurwaarder de uithuiszetting uitvoeren.
2. OCMW op de hoogte gebracht
Het OCMW wordt op de hoogte gebracht:
- op het moment dat de verhuurder de procedure tot uithuiszetting start bij de vrederechter;
- als de vrederechter beslist dat de huurder uit huis wordt gezet.
Het OCMW kan hulp bieden maar moet geen nieuwe woning zoeken.
Meer info vind je op de fiche ‘Wat doet het OCMW bij een uithuiszetting?’.
3. Het verloop van de uithuiszetting
- De gerechtsdeurwaarder bepaalt een datum voor de uithuiszetting.
Hij verwittigt de huurder daarvan:
- wanneer de huurovereenkomst is aangegaan vóór 1 januari 2019: minstens vijf werkdagen op voorhand;
- wanneer de huurovereenkomst is aangegaan na 1 januari 2019: minstens 7 kalenderdagen op voorhand.
- De gerechtsdeurwaarder komt op die datum naar de woning van de huurder samen met de politie en gemeentelijke ambtenaren.
- Laat de huurder hen niet binnen of is die niet thuis? Dan vraagt de gerechtsdeurwaarder een slotenmaker om de deur open te maken.
- In de woning maakt de gerechtsdeurwaarder een lijst van alle spullen van de huurder. De huurder krijgt een kopie van die lijst.
4. Wat met de spullen van de huurder
- Die spullen worden vervoerd naar de plaats die de huurder kiest. De huurder betaalt de transportkosten.
- Heeft de huurder geen nieuw adres of plaats voor de spullen? Dan registreert de gemeente de goederen en de gemeente bewaart die spullen maximum 6 maanden.
- De huurder moet bij de gemeente de kosten betalen voor het ophalen en bewaren van de spullen. Dat moet op het moment dat je je spullen ophaalt.
- Kan of wil de huurder de kosten niet betalen? Dan moet de gemeente de onbeslagbare spullen (zoals kleding, tafels, wasmachine enz.) gratis meegeven.
De volledige lijst van de onbeslagbare goederen vind je in onze fiche Kan er op al je goederen beslag worden gelegd? en in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek.
Het hangt er van af of er al een procedure van uithuiszetting loopt bij de vrederechter.
1. De verhuurder startte nog geen procedure
Je kan de uithuiszetting nog vermijden. Hoe, dat hangt af van onderstaande situaties.
- Je huurovereenkomst eindigt binnenkort
Heeft de verhuurder je laten weten dat die de huurovereenkomst niet verlengt, maar je vond nog geen andere woning? Dan kan je vragen aan de verhuurder om je huur te verlengen door buitengewone omstandigheden. De verhuurder hoeft niet akkoord te gaan.
Je vindt een modelbrief bij documenten onderaan.
Je kan naar de vrederechter gaan om die verlenging te vragen. De vrederechter beslist dan op basis van de omstandigheden en kiest de beste oplossing voor beide partijen.
- Je betaalde de huur niet op tijd
Dreigt de verhuurder met een uithuiszetting? Probeer eerst tot een onderling akkoord te komen. Je kan een afbetalingsplan of een gedeeltelijke betaling voorstellen. Respecteer dan zeker de gemaakte overeenkomst.
Praat in de toekomst op voorhand met de verhuurder over je financiële problemen voordat je stopt met betalen. Het is in ieders belang om een oplossing te vinden.
2. De procedure loopt al bij de vrederechter
Je kan proberen de uithuiszetting nog te vermijden. Doe bij de vrederechter een ander voorstel dan de uithuiszetting. De vrederechter hoort eerst alle partijen voordat die een beslissing neemt. Je kan dan bijvoorbeeld een afbetalingsplan voorstellen of dat je in budgetbeheer zal gaan bij het OCMW. Zo kan de verhuurder erop vertrouwen dat die de achterstallige huur krijgt en dat je betaalproblemen vermijdt in de toekomst.
Aanvaardt de vrederechter je voorstel? Dan kan die de uithuiszetting uitstellen zolang je de afspraken naleeft. De vrederechter zet dat akkoord dan in een vonnis.
3. De gerechtsdeurwaarder heeft het vonnis van de uithuiszetting betekend
Je kan de uithuiszetting eigenlijk niet meer vermijden.
Ontvang je een brief van de gerechtsdeurwaarder met het bevel van de uithuiszetting? Dan moet je voor de aangegeven datum de woning verlaten.
Je mag dan niet meer in de woning blijven. Zelfs wanneer je de huur toch nog betaalt.
Je kan steeds proberen om een nieuw akkoord te sluiten met je verhuurder. In de praktijk is er bijna geen kans dat de verhuurder dat nog wil.
- Reageer zo snel mogelijk als je een brief krijgt (betalingsherinnering, ingebrekestelling, enzovoort).
- Vraag betalingsfaciliteiten of stel een afbetalingsplan voor.
- Probeer te bemiddelen met je schuldeiser(s) via schuldbemiddeling.
- Vraag een collectieve schuldenregeling aan als je daarvoor in aanmerking komt.
Tip: Wees zo transparant mogelijk met je schuldeiser over je financiële situatie. Zo geef je een goed beeld wat voor jou haalbaar is om je schuld te betalen. Je maakt zo meer kans om tot een akkoord te komen met je schuldeiser en een gedwongen invordering te voorkomen.
Je vindt meer info op de website van het steunpunt Mens en Samenleving (SAM), dienst schuldhulpverlening, zoals:
- de gegevens van hun helpdesk voor budget- en schuldhulpverleners;
- hun website Eerste hulp bij schulden.
Zelfstandige ondernemers die hun schulden niet kunnen betalen, kunnen contact opnemen met Dyzo.
Als je aan bepaalde voorwaarden voldoet.
De juridische tweedelijnsbijstand houdt in dat de overheid (gedeeltelijk) de kosten van je advocaat betaalt.
Het gaat om een advocaat die je helpt:
- bij een gerechtelijke procedure: je vertegenwoordigen als eiser of als verweerder, dossier opvolgen, … ;
- buiten een gerechtelijke procedure: een uitgebreid advies over je situatie geven, een akkoord onderhandelen, een ingebrekestelling sturen, …
Juridische tweedelijnsbijstand gaat enkel om de advocatenkosten. De overheid komt niet tussen in de kosten van een vakbond of een belangenorganisatie als die je bijstaan bij een gerechtelijke procedure.
Je kan recht hebben op juridische tweedelijnsbijstand:
- ofwel omdat je tot een specifieke categorie van personen behoort (minderjarige, je ontvangt een leefloon,…);
- ofwel omdat je inkomsten onder de bepaalde grens liggen.
Meer info vind je in de rubriek De voorwaarden voor juridische tweedelijnsbijstand
Je kan in de fiches nakijken of je tot één van de opgesomde categorieën behoort.
Als je aan de voorwaarden voldoet, ben je niet verplicht om gebruik te maken van gratis juridische bijstand. .
Opgelet: verwar juridische tweedelijnsbijstand niet met rechtsbijstand!
- Juridische tweedelijnsbijstand zorgt ervoor dat je (gedeeltelijk) geen advocatenkosten moet betalen;
- Rechtsbijstand zorgt ervoor dat je (gedeeltelijk) geen gerechtskosten (kosten van de procedure voor de rechtbank) moet betalen.
Ja, onder bepaalde voorwaarden. Dat is de procedure van herstel in eer en rechten (of het eerherstel).
Je kan herstel in eer en rechten aanvragen voor alle veroordelingen die niet automatisch uitgewist worden.
Om een herstel in eer en rechten te bekomen, moet je een verzoekschrift indienen bij de procureur des Konings van het gerechtelijke arrondissement waarin je woont.
De Kamer van Inbeschuldigingstelling onderzoekt je aanvraag en beslist.
Een herstel in eer en rechten heeft grote gevolgen, aangezien je uittreksel uit het strafregister opnieuw volledig blanco wordt. Daarom moeten er een aantal strenge voorwaarden vervuld zijn om een herstel in eer en rechten te kunnen krijgen:
- Er moet een bepaalde proefperiode verstreken zijn waarbinnen je:
- een vaste woonplaats hebt gehad;
- je leven gebeterd hebt en je goed gedragen hebt.
De duur van die proefperiode ligt tussen 3 jaar en 10 jaar, afhankelijk van de zwaarte van je eerdere veroordeling. De periode begint wanneer je (voorwaardelijk) vrij wordt gelaten of wanneer de straf niet meer kan uitgevoerd worden.
- De gevangenisstraffen waartoe je veroordeeld bent, moeten zijn uitgezeten. Wanneer je onder voorwaarden bent vrijgelaten, moet de periode met voorwaarden beëindigd zijn.
- Geldboetes, schadevergoedingen en hun intresten en gerechtskosten moeten volledig betaald zijn.
- Je mag nog geen herstel in eer en rechten gekregen hebben in de voorbije 10 jaar.
De kosten voor de behandeling van je aanvraag moet jij betalen.
Je kan alleen herstel in eer en rechten vragen voor heel je strafregister, niet voor bepaalde veroordelingen alleen.
Aan je verzoekschrift moet je bijlages toevoegen die bewijzen dat je aan de voorwaarden voldoet en minstens:
- een uittreksel uit je strafregister;
- een uittreksel van al je strafrechtelijke veroordelingen (met daarin de straffen en schadevergoedingen waartoe je veroordeeld bent);
- een uittreksel uit het moraliteitsregister dat werd bijgehouden tijdens je gevangenisstraf;
- een attest van historiek van woonst van op de gemeente.
- wanneer het gaat om bepaalde seksuele feiten ten aanzien van minderjarigen moet ook het advies van een dienst gespecialiseerd in de begeleiding of behandeling van daders van seksuele misdrijven toegevoegd worden.
Ouders hebben een plicht tot levensonderhoud (voeding, kleding, huisvesting, enzovoort), opvoeding, toezicht, opleiding, gezondheid en welzijn tegenover hun kinderen.
Die plicht geldt tot het kind zijn opleiding beëindigd heeft en in staat is om voor zichzelf te zorgen.
Ze vloeit voort uit de afstammingsband en geldt voor beide ouders. Het gaat hier om de juridische ouders (dat zijn de ouders die officieel geregistreerd staan). Je kan er geen afstand van doen.
Iedere ouder moet bijdragen in verhouding tot zijn middelen. Daaronder verstaan we:
- alle officiële inkomsten, zowel uit roerende als onroerende goederen (loon, vervangingsinkomen, inkomsten uit beleggingen, huurinkomsten, enzovoort)
- ook de inkomsten die niet zijn aangegeven (als aan je levensstandaard duidelijk te zien is dat je meer inkomsten hebt dan dat je officieel aangeeft, kan de rechter daar rekening mee mee houden)
- alle voordelen zoals bijvoorbeeld bedrijfswagen, premies, maaltijdcheques, enzovoort.
- ook niet-financiële voordelen zoals de taak die één van de ouders op zich neemt om het kind naar school en naar de hobby’s te brengen, om alle administratieve of medische zaken op zich te nemen, om de kinderen een bezigheid te geven tijdens de vakanties, …
De bijdragen van de ouders moeten het kind toelaten om te genieten van dezelfde levensstandaard als zijn ouders, rekening houdend met hun gezamenlijke middelen. Die plicht betekent meestal dat de inspanning van de ouders meer zal zijn dan de minimumkost van een kind.
In de eerste plaats vervult een ouder die plicht bij voorkeur spontaan en in natura. Dat betekent dat de ouders het kind een verblijf, eten, kleren, enzovoort. aanbieden.
Kan dat niet in natura, dan vervult de ouder zijn plicht door een som geld te betalen, waarmee dan de kosten kunnen worden betaald.
Om een erfenis te verwerpen, moet je een verklaring afleggen bij een notaris. De notaris stelt van je verklaring een verwerpingsakte op.
Je mag vrij kiezen bij welke notaris je de verklaring aflegt. Je bent niet verplicht om dat bij de notaris van de overleden persoon te doen.
Hoeveel kost een verklaring van verwerping?
Dat hangt af van hoeveel het netto-actief van de erfenis is. Het netto-actief is het bedrag dat overblijft als je van het geld en de goederen van de overleden persoon zijn/haar schulden aftrekt.
Als het netto-actief van de erfenis:
- minder is dan 6093,20 euro, dan is de verklaring van verwerping gratis;
- meer is dan 6093,20 euro, dan moet je betalen voor de akte.
Opgelet: ook als het netto-actief van de erfenis minder is dan 6093,20 euro rekenen sommige notarissen toch administratiekosten aan om de verwerpingsakte op te stellen (dossierkosten, opzoekingskosten, enzovoort). Informeer je bij je notaris bij je eerste afspraak.
De akte van verwerping wordt bekendgemaakt in het centraal erfrechtregister. Als het netto-actief van de erfenis die je verwerpt minder is dan 6093,20 euro, dan is de publicatie gratis.
In principe heb je 30 jaar de tijd om de erfenis te verwerpen.
Opgelet: schuldeisers kunnen je aanspreken om te betalen om je zo te dwingen om sneller een keuze te maken.
Als je overweegt om de erfenis te verwerpen, dan mag je geen handeling als erfgenaam stellen, zoals bijvoorbeeld de woning leegmaken. Anders riskeer je dat schuldeisers dat als een stilzwijgende aanvaarding interpreteren.
Als je twijfelt of je de erfenis moet aanvaarden of niet, contacteer dan een notaris. Je kan een erfenis niet stilzwijgend verwerpen.
Eens je de erfenis verworpen hebt, kan je die keuze niet meer veranderen. Je kan dan achteraf niet meer aanvaarden en omgekeerd.
Opgelet! Als je kinderen hebt en je verwerpt een erfenis, dan erven je kinderen in jouw plaats. Dat noem je plaatsvervulling. Elk kind moet beslissen of het de erfenis aanvaardt of verwerpt. Als jij en je kinderen de erfenis verwerpen, kunnen jullie dat in één verklaring van verwerping doen. Als je kinderen minderjarig zijn, moet je hiervoor de toestemming van de vrederechter hebben.
Meer info vind je op de website Start My Succession.
De Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) is een dienst binnen de Federale Overheidsdienst Financiën.
DAVO heeft 2 grote taken:
- Het vordert onbetaald onderhoudsgeld in bij de onderhoudsplichtige (zowel onderhoudsbijdragen voor de kinderen als een onderhoudsuitkering voor de ex-partner).
- Het geeft voorschotten op onderhoudsbijdragen voor de kinderen.
Om een tussenkomst van DAVO te kunnen vragen, moet je aan een aantal voorwaarden voldoen.
Eens je DAVO hebt ingeschakeld om de achterstallen in te vorderen, kan je zelf geen stappen meer zetten. Je kan bijvoorbeeld zelf niet meer naar de gerechtsdeurwaarder stappen.
Als je dat toch wil doen, dan moet je DAVO verwittigen, zodat zij hun tussenkomst stopzetten. Dat doe je best via een aangetekende brief.
Onder ‘documenten’ vind je een samenvattend schema met de voorwaarden voor een tussenkomst van DAVO.
Je kan je aanvraag online indienen of via een papieren aanvraagformulier. Je vindt de modellen onderaan bij Documenten.
1. De ouder die recht heeft op de bijdragen moet gedomicilieerd zijn in België. De andere ouder, die moet betalen, moet niet noodzakelijk gedomicilieerd zijn in België.
2. De ouder die moet betalen heeft minstens 2 maanden niet of niet volledig betaald in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag. Het maakt niet uit of het gaat om 2 opeenvolgende maanden of niet.
3. De onderhoudsbijdrage werd vastgelegd in een vonnis (ook een akkoord bekrachtigd door de rechter), een proces-verbaal van de Kamer voor Minnelijke Schikking of een akte bij de notaris.
Een vonnis of een proces-verbaal van de Kamer voor Minnelijke Schikking moet je laten betekenen door een gerechtsdeurwaarder.
4. Voor meerderjarige kinderen controleert DAVO om de 6 maanden:
- of je nog recht hebt op het onderhoudsgeld;
- of je kind nog recht heeft op het groeipakket;
- of je kind nog naar school gaat of is ingeschreven als werkzoekende (beroepsinschakelingstijd).
Praktische info rond de voorwaarden en hoe je een aanvraag moet indienen bij DAVO, vind je op de website van de FOD Financiën.
De Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) is een dienst binnen de Federale Overheidsdienst Financiën.
DAVO heeft 2 grote taken:
- Het vordert onbetaald onderhoudsgeld in bij de onderhoudsplichtige;
- Het geeft voorschotten op onderhoudsbijdragen voor de kinderen.
Als je de onderhoudsbijdrage voor de kinderen niet betaald hebt, kan de andere ouder aan DAVO vragen om de bijdrage bij jou te komen invorderen of om hem/haar voorschotten te geven.
Om een tussenkomst van DAVO te kunnen vragen, moeten een aantal voorwaarden voldaan zijn:
- De andere ouder, die recht heeft op het onderhoudsgeld, moet zijn/haar domicilieadres in België hebben.
- Je hebt 2 maanden de onderhoudsbijdrage niet, of niet volledig, betaald in de laatste 12 maanden.
- De onderhoudsbijdrage is vastgesteld in:
- een beslissing van de rechtbank (bijvoorbeeld een echtscheiding of voorlopige maatregelen van de familierechtbank);
- of een andere authentieke akte (bijvoorbeeld een overeenkomst in een notariële akte bij een echtscheiding).
- Om voorschotten te krijgen, moest vroeger nog een extra voorwaarde vervuld zijn: de inkomsten van de ouder die de voorschotten vroeg, mochten niet hoger zijn dan een bepaald bedrag.
Die voorwaarde is afgeschaft vanaf 1 juni 2020.
Als de andere ouder de tussenkomst van DAVO voor voorschotten heeft gekregen, dan moet je in de toekomst de onderhoudsbijdrage aan DAVO betalen.
Als aan DAVO gevraagd is om de achterstallen bij jou in te vorderen, dan kan er beslag gelegd worden op je inkomsten of op de terugbetalingen van de belastingen die je normaal zou ontvangen.
Onderaan bij Documenten vind je een samenvattend schema met de voorwaarden voor een tussenkomst van DAVO.
Je kan je aanvraag online indienen of via een papieren aanvraagformulier. Je vindt de modellen bij Documenten.
Als je een factuur ontvangt, dan kunnen er verschillende redenen zijn waarom je niet akkoord gaat.
Bijvoorbeeld:
-
de prijs komt niet overeen met wat je op voorhand hebt afgesproken;
-
het geleverde product is niet het juiste product;
-
je product is te laat geleverd;
-
je was niet tevreden over de dienstverlening.
Als je niet akkoord gaat met de factuur, dan kan je aan de onderneming uitleg of prijsvermindering vragen.
Als het geleverde goed niet het juiste is, dan kan je vragen om het te vervangen.
Als je niet akkoord gaat, is het belangrijk dat je nog niet betaalt, maar wel schriftelijk reageert binnen een maand. Dat kan via e-mail, brief of aangetekend schrijven. Je legt dan duidelijk uit waarom je niet akkoord gaat met de factuur en je stelt een oplossing voor. Op die manier kan je onderling tot een akkoord komen.
Als je deels akkoord bent, kan je het ‘niet-betwiste’ stuk al betalen.
Opgelet: als je niet reageert, dan ga je eigenlijk akkoord met de factuur en ben je verplicht te betalen.
Als je onderling niet tot een akkoord komt, dan kan je:
-
een klacht indienen bij de Consumententombudsdienst. Zij bemiddelen om een oplossing te vinden buiten de rechtbank.
-
een verzoening vragen aan de rechter.
Meer informatie vind je in de brochure De verzoening of minnelijke schikking.
-
aan de rechter vragen om een beslissing te nemen over jullie conflict.
In dat geval moet je de verkoper in gebreke stellen.
Meer info vind je in de fiche: Wat is een ingebrekestelling?
Daarna kan je de verkoper dagvaarden voor de rechtbank.
Meer info vind je in de fiche: Hoe wordt een procedure bij de rechtbank opgestart?
De fiche Wat als je je schulden niet kan betalen? geeft je meer informatie over wat je kan doen als je een factuur niet kan betalen.
Dat hangt er van af wanneer je je huurovereenkomst hebt gesloten.
1. Heb je een huurovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019?
Dan moet je kijken of je huurovereenkomst geregistreerd is. Door de registratie krijgt je huurovereenkomst een 'vaste datum'.
- Werd je huurovereenkomst geregistreerd voordat de woning verkocht werd?
Dan neemt de nieuwe eigenaar alle rechten en plichten van de vorige eigenaar over. Die kan je huurovereenkomst alleen opzeggen onder dezelfde voorwaarden als de vorige eigenaar.
- Werd je huurovereenkomst niet geregistreerd voordat de woning verkocht werd?
Het kan dat de nieuwe eigenaar niet op de hoogte was van het huurovereenkomst.
Dan zijn er 2 mogelijkheden:- Je woont minder dan 6 maanden in de huurwoning: dan ben je niet beschermd. De nieuwe eigenaar kan het huurovereenkomst beëindigen zonder reden of vergoeding.
- Je woont al minstens 6 maanden in de huurwoning: de nieuwe eigenaar neemt de rechten en plichten van de vorige eigenaar over.
Opgelet! Er is een uitzondering: de nieuwe eigenaar kan het huurovereenkomst beëindigen:- om er zelf te gaan wonen of grote werken uit te voeren of met een vergoeding te betalen;
- met een opzegtermijn van 3 maanden;
- op eender welk moment.
Als de nieuwe eigenaar die uitzondering wil gebruiken, dan moet die de opzeg doen binnen de 3 maanden nadat de notariële akte van de verkoop is getekend.
2. Heb je een huurovereenkomst gesloten na 1 januari 2019?
Dan moet de verhuurder die de woning wil verkopen de koper uitdrukkelijk op de hoogte brengen van de huurovereenkomst. De nieuwe eigenaar kan dan opzeggen onder dezelfde voorwaarden als de vorige, namelijk volgens de regels rond de opzeg.
De nieuwe eigenaar neemt de plaats in van de verkoper. Die wordt jouw verhuurder en neemt alle rechten en plichten over uit de huurovereenkomst. Je moet geen nieuwe huurovereenkomst afsluiten met de nieuwe eigenaar.
Opgelet! Staat er in de huurovereenkomst staat dat je moet vertrekken als de woning verkocht wordt? Dan mag je dat negeren.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
De huurovereenkomst stopt niet automatisch bij het overlijden van de verhuurder.
De erfgenamen van de verhuurder nemen de rechten en plichten van zijn huurovereenkomst over. Als zij de huurovereenkomst willen beëindigen, dan moeten ze de regels van de opzegtermijnen en opzegvergoedingen naleven.
Dat hangt af van de datum waarop je de overeenkomst kan beëindigen.
- Als het gaat om een beëindiging op een precieze datum: de opzegtermijn begint vanaf de ontvangst van de opzeg door de verhuurder.
Dat is het geval wanneer je:
- de overeenkomst wil beëindigen op de einddatum van de huurovereenkomst;
- de overeenkomst wil beëindigen als verhuurder na een 3-jarige periode bij een huurovereenkomst van 9 jaar.
- Als je de datum van de beëindiging vrij kan kiezen: de opzegtermijn begint op de 1ste dag van de maand na de ontvangst.
3 voorbeelden ter verduidelijking:
-
Beëindiging op precieze datum:
-
Huurovereenkomst aangegaan op 1 augustus 2017
voor 3 jaar
als huurder.
Als je niets hebt afgesproken met de verhuurder kan je de huurovereenkomst enkel beëindigen op de einddatum, namelijk 31 juli 2020. Je moet een opzegtermijn van 3 maanden respecteren. De verhuurder moet jouw opzegbrief ten laatste op 30 april 2020 ontvangen. Je stuurt de brief dus enkele dagen voor 30 april 2020.
-
Beëindiging vrij te kiezen:
-
Huurovereenkomst aangegaan op 1 augustus 2019
voor 3 jaar
als huurder.
Het Vlaamse Woninghuurdecreet is van toepassing. Je mag je huurovereenkomst op elk moment opzeggen, op voorwaarde dat je de opzegtermijn en opzegvergoeding respecteert. Als je opzegt op 15 augustus 2020, dan start de opzegtermijn op 1 september 2020 en loopt de huurovereenkomst af op 30 november 2020. Je moet wel een opzegvergoeding betalen.
-
Huurovereenkomst aangegaan op 1 augustus 2019
voor 9 jaar
als huurder.
Je mag je huurovereenkomst op elk moment opzeggen, op voorwaarde dat je de opzegtermijn en opzegvergoeding respecteert. Als je je opzegbrief stuurt op 15 augustus 2025, dan ontvangt de verhuurder die enkele dagen later. De opzegtermijn van 3 maanden begint op de 1ste dag van de maand erna, namelijk 1 september 2025, en loopt af op 30 november 2025.
Neen.
De huurovereenkomst eindigt enkel als de huurder of de verhuurder minstens 3 maanden voor de einddatum van de overeenkomst de huur opzegt.
Je vindt een modelbrief om een overeenkomst van korte duur te beëindigen op de einddatum onder 'Documenten' onderaan.
Als je je huurovereenkomst wil opzeggen vóór de einddatum, dan is de begindatum van je huurovereenkomst belangrijk om te weten of dat kan.
Meer informatie vind je onder ‘Kan je je huurovereenkomst van korte duur opzeggen voor de einddatum?’
De huurder en verhuurder kunnen ook altijd onderling overeenkomen om de huurovereenkomst voor de einddatum te beëindigen.
Ja.
Je kan de huurovereenkomst op elk moment beëindigen, zolang je de verhuurder 3 maanden op voorhand op de hoogte brengt. Als huurder moet je nooit een reden geven voor de beëindiging.
Als je opzegt tijdens de eerste 3 jaar moet je wel een opzegvergoeding betalen aan de verhuurder. Die vergoeding betaal je na de beëindiging en is:
- 3 maanden huur als je de huur beëindigt in het 1ste jaar;
- 2 maanden huur als je de huur beëindigt in het 2de jaar;
- 1 maand huur als je de huur beëindigt in het 3de jaar.
Je vindt een modelbrief om de huurovereenkomst vroegtijdig te beëindigen onderaan bij 'Documenten'.
Als je huurovereenkomst niet werd geregistreerd door de verhuurder dan kan je de huur op elk moment beëindigen zonder opzegtermijn of opzegvergoeding.
Hier vind je het schema 'Huurder: je wil voor het einde van de huurovereenkomst vertrekken?'.
Deze fiche werd geschreven met de financiële steun van de Vlaamse overheid.
Ja, je kan de huurovereenkomst beëindigen om grondige renovatiewerken uit te voeren.
- Heb je de huurovereenkomst afgesloten vóór 1 januari 2019?
Je kan als verhuurder de overeenkomst enkel beëindigen op het einde van elke driejarige periode.
Je moet de huurder meer dan 6 maanden op voorhand een opzegbrief versturen.
Voorbeeld: Je sloot een huurovereenkomst voor 10 jaar op 1 augustus 2018. De huurovereenkomst eindigt normaal op 31 juli 2028. Je kan de huurovereenkomst vroegtijdig opzeggen op:
|
Uiterlijke datum ontvangst opzegbrief |
Datum einde huurovereenkomst |
|
31 januari 2021 |
31 juli 2021 |
|
31 januari 2024 |
31 juli 2024 |
|
31 januari 2027 |
31 juli 2027 |
Als je eigenaar bent van verschillende woningen in hetzelfde gebouw, dan kan je de huurovereenkomst beëindigen:
- ten vroegste na 1 jaar;
- vanaf het 2e jaar: op elk moment.
Je moet de huurder meer dan 6 maanden op voorhand een opzegbrief versturen.
- Heb je de huurovereenkomst afgesloten na 1 januari 2019?
Je kan de huurovereenkomst in principe beëindigen op elk ogenblik. Je moet de huurder meer dan 6 maanden op voorhand een opzegbrief versturen.
Opgelet: als je de opzegbrief verstuurt in de 1ste 3 jaar van de huurovereenkomst, dan heeft je opzeg pas uitwerking op het einde van het 3e jaar. Je kan de huurovereenkomst niet eerder beëindigen.
Voorbeelden: - Je sluit een huurovereenkomst op 1 augustus 2019 voor negen jaar. De huurovereenkomst eindigt normaal op 31 juli 2028. Je wil de huurovereenkomst vroegtijdig - in juli 2020 - beëindigen, omdat je grondige renovatiewerken wil uitvoeren in de woning. Je moet je huurder in principe een opzegbrief versturen ten laatste 6 maanden voor je de overeenkomst wil beëindigen: dus in januari 2020. Omdat je huurovereenkomst in juli 2020 nog geen 3 jaar loopt, moet je langer wachten: de huurovereenkomst eindigt op 31 juli 2022. Dus 1 augustus 2022 is de vroegste datum waarop je aan je grondige renovatiewerken kan beginnen.
- Je sluit een huurovereenkomst op 1 augustus 2019 voor negen jaar. De huurovereenkomst eindigt normaal gezien op 31 juli 2028. Op 1 augustus 2025 wil je grondige renovatiewerken uitvoeren. Je moet de huurder minstens 6 maanden op voorhand een opzegbrief versturen, dus de huurder moet die brief ontvangen ten laatste op 31 januari 2025. Je stuurt enkele dagen voor 31 januari 2025 de opzegbrief.
De opzeg moet:
- de reden van de opzeg vermelden (grondige werken die je wil uitvoeren);
- aanduiden dat het om grote renovatiewerken gaat.
Je kan je huurovereenkomst niet beëindigen voor elk type renovatiewerken. Het moet gaan om werken die:
- uitgevoerd worden in het deel van de woning waar de huurder verblijft;
- meer kosten dan 3 jaar huur;
Wanneer het gaat om een gebouw waar meerdere huurwoningen van dezelfde verhuurder zijn en waaraan hij werken wil uitvoeren moeten de kosten meer zijn dan 2 jaar huur. - toegelaten zijn volgens de regels van ruimtelijke ordening.
Als deze voorwaarden niet zijn voldaan, dan is de opzeg niet geldig. Je moet dan een nieuwe opzeg doen. De termijn begint pas van zodra de huurder de nieuwe opzeg heeft ontvangen.
Samen met de opzeg moet je de volgende documenten versturen:
- de bouwvergunning, wanneer dit nodig is voor de werken;
- een gedetailleerd ontwerp of een beschrijving van de werken met een gedetailleerde begroting van de kosten of een aannemingsovereenkomst.
Nadat de huurovereenkomst beëindigd is, moeten er nog twee voorwaarden voldaan zijn:
- de werken moeten beginnen binnen de 6 maanden na de opzegging
- de werken moeten afgerond zijn binnen de 24 maanden na de opzegging.
De huurder mag je om documenten vragen die bewijzen dat de werken binnen die periode zijn uitgevoerd. Je moet hem die dan gratis geven.
Als de werken niet worden uitgevoerd binnen die termijn, dan kan de huurder je een vergoeding van 18 maanden huur vragen.
Je moet geen vergoeding betalen als je buitengewone omstandigheden kan bewijzen:
- een belangrijke reden waardoor je je plannen niet kan uitvoeren
- een omstandigheid die zich voordoet zonder dat je het wilt
- een omstandigheid die je niet kon voorzien op het moment van de opzeg.
De vrederechter neemt een beslissing.
Ja.
De verhuurder kan je huurovereenkomst vroegtijdig opzeggen. Hij of zij moet daarvoor een reden geven en een opzegtermijn van zes maanden naleven.
Als huurder kan jij een tegenopzeg van 1 maand geven. Je huurovereenkomst wordt dan beëindigd na die maand. Je moet dan geen opzegvergoeding betalen aan de verhuurder. Zelfs als dat in de eerste 3 jaar gebeurt.
Er zijn uitzonderingen:
- dat gaat niet als de verhuurder opzegt tegen het einde van de negenjarige huurovereenkomst;
- dat gaat niet bij een huurovereenkomst van korte duur (drie jaar of minder);
- de verhuurder heeft geen recht op een tegenopzeg.
Je vindt een modelbrief om een tegenopzeg te doen onderaan bij 'Documenten'.
Ja.
Je bent niet verplicht om een vonnis van de rechtbank te hebben om tijdelijk uit mekaar te gaan. Je kan onderling regelen om uit mekaar te gaan zonder iets officieel te laten vastleggen.
Het kan wel een aantal risico’s met zich meebrengen:
- Officieel blijven jullie gehuwd. Apart wonen zorgt niet automatisch voor een echtscheiding, zelfs niet na een lange tijd. Om officieel gescheiden te zijn, moet er altijd een rechter tussenkomen.
- Het erfrecht van de langstlevende blijft van toepassing.
- Je kan nog aangesproken worden voor bepaalde schulden die je echtgeno(o)t(e) aangaat.
- Je kan de afspraken die je maakte met je echtgeno(o)t(e) rond het apart wonen niet afdwingen.
Wanneer je bijvoorbeeld overeenkwam dat er een onderhoudsgeld voor de kinderen zou betaald worden en dat gebeurt niet, dan kan je geen beroep doen op een gerechtsdeurwaarder. Die zal vragen naar een officieel document, een 'uitvoerbare titel', zoals een notariële akte of een vonnis, waarin het onderhoudsgeld bepaald is. - Je kan niet opnieuw huwen. (In principe is de plicht om trouw te zijn aan mekaar nog van toepassing, dus zou je zelfs geen nieuwe relatie mogen beginnen.)
- Wanneer er een kind geboren wordt na het uit mekaar gaan, kan de vaderschapsregel nog worden toegepast.
Het komt erop neer dat dezelfde rechten en plichten als tijdens jullie huwelijk van toepassing zijn.
Ja, het contact met de kinderen en de onderhoudsplicht zijn twee verschillende zaken.
Op basis van het ouder zijn moet je onderhoudsbijdragen betalen zolang je kind niet zelfstandig is. Je kind wordt beschouwd zelfstandig te zijn zodra het een diploma heeft dat hen toegang tot de arbeidsmarkt geeft.
Verhindert de andere ouder het contact met de kinderen, dan kan je daartegen reageren, maar dien je ondertussen wel in het belang van de kinderen je onderhoudsplicht na te komen.
Hoe het kind zich gedraagt tegenover zijn ouders bepaalt niet dat die ouders niet meer zouden moeten bijdragen in de kosten.
Recente rechtspraak en rechtsleer voegen er wel aan toe dat de echt respectloze houding van een kind tegenover zijn ouders tot gevolg kan hebben dat zijn rechten op financiële steun van zijn ouders beperkt worden. De meeste respectloze houdingen waarnaar verwezen wordt, zijn 'de absolute weigering om een teken van leven te geven' en 'fysiek of mentaal geweld'.
Slaag je er niet in om met de jongere of met de andere ouder een oplossing te vinden, dan kan je beroep doen op een familiaal bemiddelaar om je te helpen bij dat gesprek. Hier vind je een lijst van erkende bemiddelaars.
Lukt dat niet, dan kan het conflict worden voorgelegd aan de familierechter. Die zal in de concrete situatie een beslissing nemen.
Als ouders apart wonen, dan kan 1 ouder de kinderen fiscaal ten laste nemen.
Als je 1 of meerdere kinderen fiscaal ten laste hebt, dan wordt het gedeelte van je inkomsten waarop je geen belastingen moet betalen groter. Dat is de ‘belastingvrije som’. Per kind dalen de belastingen die je moet betalen.
De concrete bedragen vind je in het schema onderaan bij Documenten.
Opgelet! Je kan alleen een kind fiscaal ten laste hebben als:
- het kind deel uitmaakt van je gezin. Hij of zij woont normaal bij je in.
- het kind geen inkomsten heeft of zijn/haar inkomsten onder een bepaalde grens liggen die jaarlijks wordt geïndexeerd.
Meer info: Wanneer is je kind ten laste?; - het kind geen inkomsten heeft die u inbrengt als beroepskosten.
Bijvoorbeeld: als het kind tijdens de zomer werkt in je zelfstandige zaak en daarvoor een loon krijgt dat je aangeeft als kost, dan kan het kind niet meer bij jou ten laste zijn.
In de praktijk is het de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben op 1 januari die de kinderen ten laste heeft. Dat is 1 januari van het aanslagjaar waarin je je belastingen invult.
De andere ouder heeft ook een fiscaal voordeel: hij/zij kan de onderhoudsbijdragen aftrekken die hij/zij betaalt.
Ter info: als het verblijf gelijk verdeeld is, dan kan elk van beide de helft van het fiscaal voordeel krijgen.
Dat heet fiscaal co-ouderschap. Het maakt daarbij niet uit dat 1 ouder de kinderen ten laste neemt.
Je moet aan de belastingdienst bewijzen dat jullie een gelijk verdeeld verblijf hebben.
Dat kan je met:
- een overeenkomst tussen jullie die gehomologeerd is door de rechter of geregistreerd is bij een registratiekantoor. De overeenkomst moet uitdrukkelijk een gelijk verdeelde verblijfsregeling bevatten en zeggen dat de ouders het fiscaal voordeel willen delen.
- een uitspraak van de rechtbank die het verblijf van de kinderen gelijk verdeelt tussen de ouders.
Je kan maar fiscaal co-ouderschap hebben als je ook allebei ouderlijk gezag hebt.
Belangrijk: als jullie kiezen voor fiscaal co-ouderschap, dan kan je de onderhoudsbijdragen niet meer aftrekken van je belastingen. Je kan beide voordelen niet combineren. Het is dus belangrijk om te kijken wat in jullie situatie het voordeligste is.
